Blauwe stof

Het geluid van het uit elkaar spattende lichaam gaat door merg en been. Alsof er een vogel tegen de vooruit van z’n auto vliegt, hoort Willem hoe het lichaam, dat zich plotseling niet meer op het perron maar boven de rails bevindt, tegen de trein klapt en verandert in een brei van bloed, ingewanden en stukken kleding, waarbij de blauwe jas het geheel een paarse gloed geeft. Willems nuchtere maag draait om.

Willem kent het slachtoffer, het is, nee, was Henkjan. Henkjan waarmee hij op de middelbare school het atheneum heeft doorlopen, móest doorlopen. Henkjan maakt het leven van Willem tot een ware hel. Willem was eigenlijk een doodnormale en vooral vriendelijke jongen, die tot aan de middelbare school nooit problemen had. Maar op de één of andere manier lagen Henkjan en Willem elkaar totaal niet. Henkjan kon Willems bloed wel drinken, althans dat dacht Willem. Niet dagelijks, maar toch wel minstens één keer per week vond Henkjan het nodig Willem ten aanzien van heel de klas voor lul te zetten. De hele klas leek zich in enkele weken tijd tegen hem te keren. Henkjan maakte nooit zomaar een geintje, maar treiterde dusdanig dat Willem op dat soort momenten van de aardbodem wilde verdwijnen. Willem vervloekte op dat soort momenten de dag dat hij geboren was.

Na de middelbare school gaat ieder z’n eigen weg. Willem was geobsedeerd door natuurkunde, is ook Technische Natuurkunde gaan studeren, waarna hij uiteindelijk voor een grote computerfabrikant aan het werk is gegaan. Wat Henkjan uiteindelijk is gaan doen, weet Willem niet. Het zal wel iets met rechten of economie zijn geweest vermoedt Willem. En nu was er van de oud-student rechten of economie niet meer over dan een bloederige smurrie die zich vooral tegen de betonnen wanden van het perron had gehecht. Nooit had Willem gedacht dat iemand als Henkjan zich van het leven zou beroven.

De trein staat honderden meters verder stil. Het gejank van de remmen op de rails klinkt nog na in Willems hoofd. De schrik slaat Willem plotseling om het lijf. Hij beseft dat hij iets moet doen. Moet hij 112 bellen? Zo te zien heeft dat geen zin, maar iets anders kan hij zo snel niet bedenken. Terwijl hij de telefoon uit zijn zak wil halen, kijkt hij naar een stukje blauw stof wat in zijn rechterhand geklemd zit.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s