
IWIH wilde vanavond gewoon een pizza maken. Een normale. Met normale ingrediënten. Maar blijkbaar heeft hij in de supermarkt als in een soort van autistische stand‑by‑modus rondgelopen, want hij komt thuis met een tas vol producten die vegansk zijn, op een manier die hem aan z’n mannelijkheid doen twijfelen. Alsof ze hem willen uitdagen.
Hij begint met hvetemel. Niet omdat hij dat wil, maar omdat de Noorse supermarkt hem geen keuze laat. Hij mengt water, gist en zout, terwijl het deeg zich gedraagt alsof het hem beoordeelt. Hij beoordeelt terug.
Voor de saus gooit hij tomatpuré, geconcentreerde tomatpuré en gekruide tomaten bij elkaar. Het is een tomatenoverleg waar hij niet om heeft gevraagd. Hij roert het met de energie van iemand die zich afvraagt waarom hij überhaupt nog plannen maakt als er toch nooit iets van terechtkomt.
Dan de groenten: gegrilde squash en aubergine uit Italië, paprika’s uit Spanje, rødløk en purre die hij volgens eigen herinnering nooit heeft aangeraakt. Hij legt alles op de pizza met de precisie van iemand die doet alsof hij controle heeft.
En dan komt de veganske topping. Een substantie die eruitziet alsof de kaas eigenlijk alleen maar uit kokosolie en teleurstelling bestaat. Het weigert te smelten, te bewegen of enige vorm van samenwerking te tonen. IWIH strooit het erop met de gelatenheid van iemand die weet dat hij dit niet meer ongedaan kan maken.
Oregano, basilicum, peper, olivenolje, hij strooit het eroverheen zoals iemand die probeert te verbergen dat hij een fout heeft gemaakt, maar de fout is inmiddels veel te groot om te maskeren.
De pizza gaat de oven in. Hij wacht. Hij ruikt. En bah wat walgelijk: het ruikt nog verrassend goed ook, wat hem alleen maar verder irriteert.
En ja, hij vindt het lekker. Natuurlijk. Want zelfs zijn mislukkingen zijn tegenwoordig een groot culinair succes.