
De coronatijd. Een periode waarin we massaal ontdekten dat de samenleving eigenlijk perfect functioneert als iedereen gewoon binnen blijft en elkaar met rust laat. Thuiswerken werd de standaard. We deden wel alsof we het zwaar hadden, maar ondertussen zaten we in joggingbroek met een tosti op schoot achter de Xbox of PlayStation terwijl Teams op ‘Do not disturb’ stond.
De 1,5 meter afstand was misschien wel de grootste maatschappelijke innovatie sinds de uitvinding van de deurbel. Eindelijk een wettelijk kader voor wat we altijd al wilden: mensen op afstand houden. Geen adem in je nek, geen vreemden die in de supermarkt tegen je aan kwamen staan duwen met een winkelwagentje. Het was de hoogste vorm van beschaving.
Antropologisch gezien begon het echte spektakel pas toen er een prik en een QR‑code in het spel kwamen.
Toen bleek ineens dat een deel van de bevolking heel gemakkelijk te besmetten was met complottheorieën. De ene helft dacht dat ze na de vaccinatie verbinding konden maken met 5G‑zendmasten, de andere helft veranderde in een soort vrijwillige vrijheidsstrijder die in iedere QR‑code een Davidster zag. Het was een tijd waarin iedereen of viroloog of revolutionair was, afhankelijk van welke YouTube‑video ze die ochtend hadden gezien. Het was een tijd waarin nuance net zo zeldzaam was als wc‑papier in week één.
En alsof dat nog niet genoeg entertainment was, brak ook het tribunalen‑tijdperk aan. Een periode waarin sommige mensen zo overtuigd waren van hun eigen gelijk dat ze dachten dat er na de pandemie een soort middeleeuwse volksrechtbank op het Malieveld zou verrijzen. Complete online gemeenschappen leefden in de verwachting dat er binnenkort een nationale rechtspraak‑marathon zou plaatsvinden, compleet met toga’s, fakkels en waarschijnlijk iemand die “OBJECTION!” zou roepen alsof het een slechte aflevering van de rijdende rechter was. Terwijl de rest van Nederland gewoon bezig was met cupcakes bakken en persconferenties kijken.
En dan die sociale voordelen:
Kringverjaardagen? Geschrapt.
Onverwachte visite? “Nee sorry, we zitten in een bubbel.”
Verplichte familiebezoekjes? “We houden het klein.”
Het was sociaal minimalisme met overheidssteun.
De avondklok was ook echt een hoogtepunt. De overheid die je gewoon een excuus gaf om om 20:00 geen teken van leven meer te hoeven tonen. “Nee, ik kan echt niet meer komen, de maatregelen hè.” Het was de gouden eeuw van sociaal ontwijken.
En laten we vooral niet vergeten hoe we massaal applaudisseerden voor zorgmedewerkers, om vervolgens drie weken later ruzie te maken over wie wel of niet je QR‑code mocht scannen. Het was een tijd waarin solidariteit en hysterie hand in hand gingen, als twee bezopen vrienden die elkaar overeind proberen te houden.
Kortom: het leek een tijd van beperkingen, maar het was vooral een tijd waarin we massaal ontdekten dat afstand soms precies is wat je nodig hebt, zowel fysiek als mentaal.