Je staat daar, in weer en wind, met een plastic bus die altijd nét te licht klinkt, en dan doet iemand er uren over om de deur een keer open te doen. Kostbare tijd! Ook voor een goed doel. In collectetijd is dat praktisch een sabbatical.
En ja, dan floept er weleens iets uit. Een krachtterm, een evaluatie van iemands karakter, een spontane audit van iemands morele staat van dienst, het kan de besten overkomen. Het overkomt zelfs IWIH weleens. Maar zodra de deur opengaat, schakelt de ware professional natuurlijk moeiteloos terug naar poeslief en beleefd, want zo hoort dat in de sector: eerst stoom afblazen, dan glimlachen, dan hopen op muntgeld of meer.
Ikwasinharen ziet vooral een man die gewoon op tijd thuis wilde zijn voor zijn warme prak. Een man die wist: als ik nu nog één deur heb waar ze “momentje hoor!” roepen, dan zit ik straks met koude aardappels en een chagrijnig wijf. En niemand verdient koude aardappels. En zeker geen chagrijnig wijf!
Kortom: het Nationaal MS Fonds heeft een imagoprobleem, maar de collectant had vooral een hongerprobleem. En dat laatste is, zoals ieder goed doel kan beamen, de gevaarlijkste van de twee.