
IWIH las dit nieuwsbericht: driekwart minder baby’s op de kinder‑IC’s sinds de RS‑prik bestaat. Een daling zo spectaculair dat je bijna zou denken dat wetenschap werkt. Voor de meeste mensen is dat goed nieuws. Voor de antivaxxer is het echter een regelrechte ramp.
Want daar gaat weer een zorgvuldig opgebouwd kaartenhuis van wantrouwen, Telegram-chats, YouTube‑links en “mijn buurvrouw zegt dat…”. Hij kon het zich levendig voorstellen: iemand die al jaren roept dat vaccins gevaarlijk zijn, die nu met samengeknepen ogen naar de cijfers staart alsof ze persoonlijk zijn ontworpen om hem te pesten. En hij heeft gelijk, de werkelijkheid is inderdaad bezig hem te pesten. Al jaren.
De reacties waren voorspelbaar.
“Die baby’s liggen vast ergens anders.”
“De cijfers kloppen niet.”
“Het is te snel gegaan, dat kan niet.”
Alles, werkelijk alles, behalve het erkennen van het meest basale inzicht dat de mensheid sinds Pasteur bezit: dat een prikje soms gewoon helpt.
Het mooiste is nog dat de prik pas een paar maanden in het programma zit. Een paar maanden, en meteen al dit effect. Het is alsof de wetenschap vriendelijk maar beslist zegt: “Lieve antivaxxers, jullie mogen best kritisch zijn, maar feiten liegen niet.”
IWIH sloot het bericht, nam een slok koffie en voelde een lichte, bijna therapeutische voldoening. Hij luistert naar de stilte van de zoveelste ineenstortende complottheorie. Het soort stilte dat alleen ontstaat wanneer feiten harder zijn dan meningen.
En ergens, heel ver weg, wordt de stilte verdrongen door een krakend wereldbeeld.