
Een oud gezegde luidt: “Thee daar krijg je luizen van!” En eerlijk gezegd: wie ooit een theedrinker in het wild heeft geobserveerd, begrijpt precies waar dat vandaan komt. IWIH vraagt zich dagelijks af hoe theedrinkers überhaupt functioneren in de maatschappij. Ze bewegen zich in groepen, altijd herkenbaar aan dat onvermijdelijke theekoffertje dat ze allemaal in huis hebben alsof het een heilige relikwie is. Een doos vol zakjes, pluisjes, kruimels en gedroogde blaadjes die eruitzien alsof ze rechtstreeks uit de stofzuigerzak van een kruidenwinkel zijn gegraven. Negenenveertig smaken. Negenenveertig. Het is geen drank meer, het is een identiteitscrisis in een houten doos.
Theedrinkers openen dat koffertje met de plechtigheid van een sekteleider die een ceremonie begint. Dan volgt het ritueel: ruiken, blazen, slurpen, nog eens ruiken, alsof ze proberen te communiceren met een hogere macht die alleen reageert op damp. Ze praten over thee alsof het een spirituele diagnose is. “Vandaag voel ik me meer een bergmist‑lavendel.” IWIH denkt dan vooral: vandaag voel jij je vooral iemand die heel erg ver van de realiteit is afgedwaald.
En dat koffertje zelf… dat is geen opbergdoos, dat is een ecosysteem. Een kruidige broedplaats waar de natuur haar eigen plan trekt. Het ziet eruit alsof het elk moment kan besluiten om te bewegen. Als er ergens spontaan iets zou kunnen gaan kriebelen, dan is het dáár. Niet omdat thee iets voor je doet, maar omdat dat rommelige mengsel eruitziet alsof het al generaties lang geen daglicht heeft gezien.
Theedrinkers hebben bovendien een soort morele superioriteit die nergens op gebaseerd is. Ze kijken neer op iedereen met koffie, frisdrank, bier of gewoon gezond verstand. Alsof zij de enigen zijn die “innerlijke rust” begrijpen, terwijl ze ondertussen een drankje drinken dat smaakt alsof iemand een dooie kamerplant heeft uitgewrongen boven heet water.
IWIH vraagt zich af op welk punt theedrinkers precies zijn afgeslagen van het pad van normale mensen. Waarschijnlijk ergens tussen vergeet‑je‑zorgen‑venkel en maanlicht‑mandarijn‑infusie. Maar één ding staat vast: als er een groep is die volledig in een andere kosmos leeft, dan zijn het wel de mensen die denken dat een zakje gedroogde blaadjes een persoonlijkheidskenmerk is.