
Ongeloofwaardig nieuws uit Duitsland: onze oosterburen drinken steeds minder alcoholhoudend bier. De verkoop is gezakt naar 7,8 miljard liter, een historisch dieptepunt dat zelfs de meest pessimistische biergarten‑filosoof niet had durven voorspellen. Alleen alcoholvrij bier (wat geen bier is) stijgt, alsof het land collectief besloten heeft dat smaak voortaan een luxeproduct is.
De man die ooit in Haren was, leest het bericht zonder enige emotie. Hij knikt niet. Hij fronst niet. Hij registreert slechts dat Duitsland, ooit het morele kompas van het continent, officieel is uitgevallen. Een storing. Een breuk in de Europese Unie. Een knipperend lampje in een land dat stabiliteit als exportproduct had, maar nu vrijwillig kiest voor bier dat geen bier is.
Vanaf dat moment besluit IWIH dat Duitsland voor hem geen buurland meer is. Hij schuift het land mentaal een paar vakjes naar links, bij de categorieën ‘teleurstellend’ en ‘dingen die ooit beter waren’. Hij laat Duitsland links liggen zoals men een winkelmandje laat staan waarin per ongeluk alcoholvrij bier is beland, met lichte schaamte en vooral geen oogcontact.
Want een Europa waarin Duitsers geen bier meer drinken, is een Europa dat zijn eigen handleiding kwijt is. Het is alsof de Zwitsers ineens besluiten dat precisie “te veel gedoe” is, of de Italianen hun espresso voortaan in literflessen verkopen. Het klopt niet. Het ruikt niet goed. En het smaakt nog minder. Het voelt als een land dat zijn firmware‑update heeft overgeslagen.
En dus wandelt IWIH verder, zonder om te kijken.
Hij heeft genoeg gezien.
Als Duitsland zijn bier laat staan, laat hij Duitsland staan.
Sommige grenzen trek je niet op de kaart, maar in je glas.