#ikhaatvliegen

Er is geen enkele moderne activiteit die zo efficiënt alle waardigheid uit een mens perst als vliegen. Het begint al bij de douane, waar je wordt behandeld alsof je op z’n minst drie kilo coke in je navel hebt verstopt. Je koffer, zorgvuldig ingepakt met Tetris‑achtige precisie, wordt door een douanier met de motoriek van een dronken orang-oetan volledig ontmanteld. Kudt. Alles eruit, alles open, alles door elkaar. En dan krijg je hem terug met de mededeling “U mag door”, alsof je dankbaar moet zijn dat je überhaupt nog een koffer hébt. Waarschijnlijk sta je preventief op een lijst omdat je gezicht verdacht ontspannen leek.

Daarna begint het wachten. Wachten om in te checken. Wachten om door de security te mogen. Wachten omdat de gate is veranderd. Wachten omdat het vliegtuig er al is, maar de crew nog ergens in een personeelsruimte zit te discussiëren over wie vandaag níét gaat werken. Wachten omdat er ‘een klein technisch probleem’ is, wat altijd klinkt alsof iemand met een tie-wrap en een gebed de vleugel probeert te repareren.

En dan die kudt kinderen. Gillende kinderen. Schreeuwende kinderen. Kinderen die blijkbaar pas in een vliegtuig ontdekken dat ze longen hebben. Ouders die doen alsof dit allemaal heel normaal is, terwijl jij je afvraagt wat de juridische consequenties zijn van kinderen opsluiten in het bagagevak.

Instappen is een antropologisch experiment. Een rij mensen die collectief vergeet hoe cijfers werken. Stoel 18F? Geen idee. Eerst nog even drie keer stoppen om een banaan, een laptop, een jas, een flesje water en een existentiële crisis uit de rugzak te halen. Ondertussen ademt iemand achter je met de kracht van een dementor uit Harry Potter in je nek alsof hij al je levensenergie probeert te oogsten.

Binnen blijkt je stoel ontworpen door iemand die een persoonlijke vete heeft met menselijke anatomie. De beenruimte is een wiskundige onmogelijke opgave, ontworpen door iemand die vindt dat knieën een luxeproduct zijn. De persoon voor je gooit zijn stoel naar achteren met de elegantie van een vallende koelkast. De koffie in het vliegtuig smaakt alsof hij door een verbrande printercartridge is gefilterd. De wc is een metalen doodskist waar je jezelf in moet vouwen als een origami‑project dat mislukt is.

En dan, na uren herrie, ongemak, turbulentie en existentiële twijfel, mag je uitstappen. Wat natuurlijk ook weer een half uur duurt, want iedereen besluit ineens dat ze hun hele leven in de bagagebak hebben opgeborgen en dat dit het perfecte moment is om dat terug te vinden.

Maar hé, je bent er. En je koffer komt netjes aan op de bagageband. Tenminste, een koffer. Iemand’s koffer. Een koffer die ooit van iemand was. Misschien van jou. Maar dan met een andere cijfercode. Enfin, je mag blij zijn dat je veilig bent geland. Want iedere vlucht die je overleeft hebt, was een goede vlucht.

3 reacties

  1. Daarom pak ik liever de trein.
    Zeker de Thalys, TGV en vergelijkbare treinen zijn een oase van luxe, rust en ruimte.
    Voor veel gezinnen met kinderen te duur, dus weinig tot geen gillende kinderen.
    Er is een bar waar je naartoe kan lopen en heerlijke koffie of bier kan bestellen.

    Je kan uren kijken naar mooie landschappen, zonder dat je het idee hebt dat je door een omgekeerde verrekijker aan het koekeloeren bent.
    Mensen zien er uit als mensen en niet als amoebes, hoewel sommige mensen zich wel zo gedragen.

    Waar zou je zijn zonder de trein.

    1. Met de trein van Noorwegen naar Nederland duurt mij net iets te lang, maar verder ben ik het volledig met je eens!

  2. like:)

Geef een reactie op Anoniem Reactie annuleren