De elektrische auto – het grootste misverstand op vier wielen

Je weet meteen wie er elektrisch rijdt. Niet omdat je hun auto hoort, die dingen zijn stiller dan een spaarlamp, maar omdat de bestuurder zelf al straalt van morele superioriteit. Ze kijken alsof ze persoonlijk Greta Thunberg uit een brandend gebouw hebben gedragen. Een blik van iemand die denkt dat hij moreel verheven is omdat hij in een rijdende powerbank zit. Jij bent verantwoordelijk voor het smelten van de poolkappen, zij slepen vrolijk 600 kilo accu mee die ergens in Congo door kinderen is uitgegraven. Maar hé, zij zijn duurzaam.

Elektrische-rijders zijn de Jehova’s Getuigen van de weg: ze willen je overtuigen, bekeren, hersenspoelen. Ze praten over ‘de toekomst’ alsof ze een TED-talk geven, terwijl ze dondersgoed weten dat hun auto harder in waarde keldert dan een cryptomunt na een impulsieve tweet van Trump. De afschrijving van een EV is zo dramatisch dat je bijna medelijden zou krijgen met elektrische-rijders, als ze niet zo irritant zouden zijn.

En dan die subsidies. De overheid lokte ze met belastingvoordelen alsof ze een reep chocolade voorhielden aan een influencer op dieet. En zodra iedereen erin trapte, trok men de stekker eruit. Letterlijk én figuurlijk. Nu zitten ze vast aan een auto die minder waard is dan de oplader die erbij zit, terwijl de beloofde voordelen verdampt zijn als condens op de laadpaal. Maar ze blijven doen alsof het allemaal een bewuste, verstandige keuze was.

En dat goedkope laden? Dat sprookje is inmiddels net zo geloofwaardig als de dataveiligheid van Odido op een maandagmorgen. Snelladen kost tegenwoordig bijna hetzelfde als benzine, maar dan moet je er ook nog bij blijven staan, in de kou, met een app die drie keer vastloopt. En als je eindelijk kunt laden, blijkt de paal defect, bezet, of “tijdelijk buiten gebruik”, wat in EV-taal betekent: permanent.

Het rijgevoel is een ander drama. Een elektrische auto heeft de emotionele diepgang van een magnetron. Alles is digitaal, steriel, klinisch. Je zit in een rijdende Excel-sheet. Geen geluid, geen karakter, geen ziel. Alleen een scherm dat je vertelt dat je te hard rijdt, te veel verbruikt, te weinig laadt, te veel accelereert, te weinig regenereert. Je eigen auto als morele politieagent.

En dan die actieradius. Ze doen alsof ze 500 kilometer kunnen rijden, maar zodra er een beetje tegenwind staat, de temperatuur onder de 10 graden zakt of je de verwarming aanzet, blijft er nog 200 kilometer over. Dan begint de stress. De eeuwige zoektocht naar een laadpaal. Het moderne equivalent van water zoeken in de woestijn, maar dan met ingewikkelde apps en een wachtrij.

Elektrisch rijden is geen vooruitgang. Het is een dure hype, verkocht door marketeers en geslikt door mensen die graag willen geloven dat ze ‘goed bezig’ zijn. In werkelijkheid rijden ze in een zwaar, duur, zielloos apparaat dat vooral goed is in één ding: laten zien hoe makkelijk goedgelovige mensen zich laten foppen door een glimmend toekomstverhaal. Maar ja… elektrische rijders blijven glimlachen. Want toegeven dat je een fout hebt gemaakt van twintigduizend euro per jaar is ook weer zo wat.

Plaats een reactie