
Nederlanders willen drie dingen in het leven: korting, nóg meer korting, en daarna klagen dat de wereld onveilig is. Het is bijna aandoenlijk hoe we massaal in de rij staan voor het goedkoopste internetabonnement, alsof we op een Black Friday-veldslag afstormen.
En zodra iemand fluistert dat er mogelijk iets mis kan gaan met hun gegevens, verandert diezelfde koopjesjager ineens in een verontwaardigde burgerrechtenactivist. “Hoe dúrven ze mijn privacy in gevaar te brengen!” roept iemand die gisteren nog zijn volledige adres, geboortedatum en favoriete kleur invulde om kans te maken op een gratis broodbakmachine.
De gemiddelde Nederlander behandelt zijn eigen privacy als een wegwerpartikel. We klikken op elke link die belooft dat we een iPhone kunnen winnen, we installeren obscure apps omdat ze ‘gratis’ zijn, en we gebruiken overal hetzelfde wachtwoord dat al sinds 2008 op een Post-it naast de router hangt. En ondertussen deelt de gemiddelde digitbeet vrijwillig z’n hele leven op Facebook, Instagram en TikTok.
Maar als een bedrijf dan niet perfect blijkt te zijn, dan is het ineens een schandaal van nationale proporties. Dan staan we op de digitale barricaden, zwaaiend met onze morele verontwaardiging, terwijl we ondertussen alweer Googlen waar het internet nóg goedkoper kan.
Misschien moeten we gewoon eerlijk zijn: we willen geen veiligheid. We willen geen privacy. We willen alleen maar internet dat zo goedkoop is dat we het gevoel krijgen dat we het systeem te slim af zijn.
En als onze gegevens dan ooit ergens op het darkweb belanden? Ach ja.… wél onbeperkt data voor bijna niks. Prioriteiten.