Ik was in Haren had zich voorgenomen vandaag niet cynisch te zijn. Een mens kan tenslotte niet altijd overal op zeiken. Maar toen hij las dat het vertrouwen in Willem‑Alexander en Maxima opnieuw is gestegen, voelde hij het al: dit wordt weer zo’n dag waarop Nederland zichzelf feliciteert omdat het netjes in de pas loopt.
63 procent vertrouwt de koning. En nog eens 6 procent meer vertrouwt Maxima. Het land knikt tevreden, alsof iemand net heeft bewezen dat zwaartekracht nog steeds werkt.
Ik was in Haren leest het en denkt: prima. Niet omdat hij nu ineens monarchistisch is, hij vertrouwt niet eens zijn eigen horloge, maar omdat hij blij is dat we in Nederland geen Amerikaanse toestanden hebben. Hier hoef je geen Witte Huis te bestormen als je het ergens niet mee eens bent. Hier hoef je niet in camouflagekleding te schreeuwen dat de democratie is gestolen. Hier weet je gewoon wie de koning wordt. En je legt je erbij neer. Met tegenzin, maar toch.
Het EenVandaag Opiniepanel meldt dat 59 procent de monarchie wil behouden. Een panel dat, laten we eerlijk zijn, voornamelijk bestaat uit mensen die braaf op de eerste dag hun belastingaangifte doen, en daar nog een beetje trots op zijn ook. Dat is precies de lauwe gemoedsrust waar Nederland groot mee is geworden: “Ach, laat maar. Het werkt. Min of meer.”
Amalia krijgt ook vertrouwen. 62 procent denkt dat ze een goede koningin wordt. Ik was in Haren vindt dat een knappe score voor iemand die nog geen hypotheek heeft. Maar goed, we houden hier van voorspelbaarheid.
Het mooiste vindt hij nog dat 70 procent Willem‑Alexander een waardevolle vertegenwoordiger in het buitenland vindt. Dat is meer vertrouwen dan de gemiddelde Nederlander heeft in zijn eigen partner.
En terwijl hij dit alles leest, voelt Ik was in Haren een soort zuurdroge opluchting. Niet omdat alles goed gaat, maar omdat het allemaal nog veel slechter zou kunnen.
Hij sluit zijn laptop. Hij mompelt: “We hoeven tenminste nergens naar binnen te rammen. Dat is misschien ook wat waard.”
