Toen ik voor het eerst hoorde dat er zoiets bestond als een zelfreinigende kattenbak, dacht ik bij mezelf: belachelijk, wat een onzin, dit is iets voor luie mensen, dit komt er bij mij nooit in! Toen ik de naam van de kattenbak hoorde, dacht ik: welke malloot op LSD heeft dit in hemelsnaam verzonnen? Maar het algoritme op social media deed zijn werk en de hypermoderne kattenbak ging in mijn hoofd zitten. Langzaam begon ik de voordelen te zien van dit decadente stukje gemak ten opzichte van elke dag na mijn werk poepscheppen en met zakjes uitwerpselen naar de container lopen.
En dus, toen het vakantiegeld binnen kwam, deed ik een impulsinkoop en was ik opeens de trotse bezitter van… jawel: de Poopy Nano 3. Het klinkt als een combinatie van een tenenkrommend koosnaampje voor je partner en een populaire partydrug. Het ding ziet eruit als een reuze zetpil die tevens je kat kan vervoeren naar een ander planeet.
De ellende begon al met het vervoeren. Het gevaarte werd bezorgd op mijn werk in een doos waar ik zelf in paste en voelde qua gewicht alsof 5 Deense doggen er al een week lang hun behoefte in hadden gedaan. Deze moest eerst met een Jumbo winkelkar naar mijn auto worden getransporteerd en thuis met halsbrekende toeren de keldertrap af.
Een paar dagen later (nadat de katten al uren nieuwsgierig om die doos heen hadden gelopen) had ik eindelijk tijd om ‘m te installeren. Ik toog optimistisch naar de kelder en daar begon het Poopy avontuur. De doos openmaken lukte prima. Het witte ruimteschip uit de doos halen, was wel even een uitdaging. Als iemand het had gefilmd, was ik waarschijnlijk viral gegaan. Volgens de beschrijving was het installeren poepiesimpel. Er zat een gezellig YouTube filmpje bij en een ludiek geïllustreerd stappenplan op een kaart zo groot dat ik ‘m zelfs zonder bril had kunnen lezen. Maar ik zou ik niet zijn als het allemaal weer niet ging zoals het moest.
Blijkbaar had deze drollencocon wifi nodig en aangezien mijn kelder 2 verdiepingen lager is dan mijn wifidinges, was de ontvangst niet goed genoeg. De katten liepen me nieuwsgierig voor de voeten terwijl ik het gevaarte twee trappen op sleepte. Ik dacht: als ik de kakmachine eenmaal met mijn wifi heb verbonden, kan die wel weer terug in de kelder. Dat kon ook wel, maar dan zonder wifi. Na het verplaatsen van wifi-versterkers en 3 keer die trappen op en af zeulen met dat gewicht, gehinderd door 2 pluizige draakjes, was ik er eigenlijk al klaar mee. Maar goed, ik ben een doorzetter.
De Poopy Nano 3 eindigde uiteindelijk toch (hopelijk tijdelijk) in de woonkamer, netjes verbonden met wifi en alles. Want nou ja, zonder wifi werkt ‘ie ook, maar ik wil natuurlijk wel leuke meldingen op mijn telefoon, zoals: Joehoe, Piggy heeft gepoept! Hallo, Bowie heeft geplast! Attentie, één van je katten heeft diarree. Dat soort dingen. Want hoe leuk is het als je op je werk een notificatie krijgt over de werking van de darmflora van je huisdieren?
Na een testrondje was alles klaar voor gebruik. Zo nieuwsgierig als die kleine rotzakken waren toen de Poopy nog in de doos zat en zo opdringerig als ze waren toen ze er nog niet in mochten, zo spannend vonden ze het toen de fancy poepcapsule eindelijk voor ze klaar stond. De bange schijterds durfden er alleen met de voorpoten in. Dus vooralsnog wacht ik gespannen op de eerste melding. Wordt vervolgd…


