Toen Suuz een klein Suuzje was, was ze niet snel vies van dingen. Weinig maakte haar blijer dan spelen in de modder, rommelen met water en zand of kliederen met behangplaksel.
Vroeger, toen nog niet de helft van de wereld bestond uit verpreutste zure Gerda’s en de andere helft uit vieze perverse Harry’s, toen kindjes nog zonder gêne in hun blote bips op het strand konden lopen, rende ik ooit poedelnaakt met vriendjes en vriendinnetjes door de buurt, volledig gebodypaint met vingerverf.
Ik liep overal op blote voeten (dat eindigde toen ik op het speelveldje in een verse drol ging staan), stopte wilde bramen, frambozen en vage besjes in mijn mond (jaja, niet slim), ik verscheurde een gebraden kippetje met mijn blote handen en tijdens het eten van spareribs zat de marinade van oor tot oor.
Maar waar ik vroeger een kleine rommelkont was, zit ik nu op het randje van smetvrees. Ik vind echt heel veel dingen vies.
Er zijn natuurlijk de voor de hand liggende gorigheden zoals:
- Onverzorgde voeten. Op zich bijzonder dus dat ik in een schoenenzaak werk. Je kunt je voorstellen hoe vaak ik daar mijn handen was.
- Oksels. Ik wil ze niet ruiken en ik wil ze niet zien. Er was ooit een situatie op een festival waar ik nietsvermoedend stond te genieten van de muziek toen er een man langsliep met zo’n mouwloos shirtje, een tray met 6 halve liters bier boven zijn hoofd en op het moment dat hij me passeerde, keek ik tegen een druipend bosje okselhaar aan.
- Openbare douches. En dan vooral als het putje verstopt is en je bosjes haar van anderen voorbij ziet drijven. Voor geen goud krijg je me daar zonder slippers in.
- Voedsel waar een vlieg op heeft gezeten of waar een vreemde al van heeft gegeten.
- Kunstgebitten die in glaasjes dobberen of op tafel liggen.
- Oordopjes van anderen.
- Honden die me likken.
Maar ook:
- Die plastic flappen tussen het binnen- en buitenbad die je wel moet aanraken om aan de andere kant te komen, zeker als je er niet onderdoor kunt zwemmen omdat je niet onder water durft.
- Bowlen. De schoenen zijn vies, de ballen zijn vies, de gaten in de ballen zijn het allerviest, want je weet niet waar de vingers van die ander al allemaal hebben gezeten.
- Tuinieren. Het is mijn hobby, maar het moet wel echt met handschoenen.
- Gebruikte poetsdoekjes of dweilen. Poetsen is niet mijn hobby en moet ook met handschoenen (of wegwerpdoekjes).
- Glazen of kopjes die rechtop in de kast hebben gestaan, omdat er stof in kan zijn gedwarreld.
- Glazen of kopjes die op de kop in de kast hebben gestaan, want dan heeft iets de rand waaraan ik drink al aangeraakt.
- Alle dingen die door veel mensen worden aangeraakt: deurklinken, trapleuningen, pinautomaten, geld, liftknopjes etc.
En dan is er nog dit: ik haat vieze handen en eten dat mijn lippen aanraakt op weg naar mijn mond. Dus waar ik vroeger een kotelet met mijn blote handen beetpakte alsof ik het varken nog moest slachten en vervolgens tot op het bot kaal knaagde, zit ik tegenwoordig met mes en vork te prutsen totdat elk vezeltje vlees eraf is gepeuterd. Garnalen koop ik alleen gepeld. Pizza eet ik het liefst met bestek. Frietjes ook. Pasta is dramatisch. Ik eet het wel want het is heerlijk, maar ik neem kleine hapjes zodat er geen saus langs mijn gezicht druipt. Ik ben gek op tapas, omdat dat kleine hapklare brokken zijn die ik fijn met een prikker richting mijn slokdarm kan loodsen. Gekruide nootjes eet ik soms met een lepel. Op chips moet ik nog iets verzinnen. Er schijnt zoiets te bestaan als een chips-tang en ik vind dat de uitvinder hiervan een lintje verdient.
Terwijl ik dit schreef, maakte ik ongeveer 57 keer een kokhals-geluid.
