Suuz sjravelt soms iets minder enthousiast dan normaal. Dan is het meer ploeteren dan sjravelen.
Er zijn wel eens van die periodes in een leven die niet zijn om over naar huis te schrijven. En als je er al niet over naar huis wil schrijven, dan wil je ze zeker niet op het wereldwijde web slingeren. Daarom was het de afgelopen week even stil vanuit Suuz. Want dit was zo’n periode. Een periode waarin de zorgen net zo frequent op mijn dak werden gestort als de regen in Bergen (al had ik natuurlijk nauwelijks regen in Bergen, want daar stonden de weergoden weer aan mijn kant).
De afgelopen weken voelden alsof de zon schijnt en je vrolijk naar buiten stapt voor een wandeling. Vervolgens begint het te druppelen, maar dat maakt niet uit, want je was zo slim om een paraplu mee te nemen. Maar na vijf minuten komt er een windvlaag, klapt je paraplu dubbel en terwijl je loopt te worstelen met die stomme paraplu, stap je met je pas gepoetste schoenen in een diepe modderplas. Je probeert dapper verder te lopen in de storm, maar na elke stap vooruit word je weer twee stappen achteruit geblazen. Of het was alsof je met de auto vertrekt naar een gezellig feestje, maar na de eerste bocht begint de auto te sputteren, gaan alle lampjes op je dashboard aan en sta je stil op een plek waar je absoluut niet wil zijn.
Temidden van al het gedoe kwam mijn vakantie naar Noorwegen dus als geroepen. Even weg uit de zorgen, terug naar mijn sprookje met mijn prins in de blauwe Ford (want hij houdt niet van paarden, ook niet van witte, maar wel van pk’s). En sprookjesachtig was het! Zoals altijd. En voor heel even waren al mijn zorgen slechts motregen op de achtergrond.
Bij thuiskomst werd ik gewoon keihard vanuit mijn sprookje terug de realiteit in geknald. Het voelde alsof ik moest watertrappelen in een woeste zee terwijl iemand vanuit de wolken piano’s op mijn hoofd bleef gooien. Zoiets. Maar dan een miljoenmiljard keer erger.
Na een week met een hoeveelheid tranen waar ik drie fjorden mee had kunnen vullen en de ene meltdown na de andere, begin ik weer een beetje op te krabbelen. Mijn motto ‘alles komt altijd goed’ heeft wat deuken opgelopen, want natuurlijk komt niet alles altijd goed. Maar ik sjravel dapper verder, op weg naar het volgende hoofdstuk van mijn sprookje.
