
Contant geld wordt vaak gebracht als iets nobels, een soort papieren vrijheidsvlag die dapper wappert in de wind van de vooruitgang. In werkelijkheid is het vooral een logistieke nachtmerrie die we met z’n allen blijven financieren omdat een kleine, hardnekkige minderheid weigert mee te bewegen met de rest van de beschaving. Winkels moeten beveiligingsdiensten inhuren, kluizen onderhouden en personeel laten tellen alsof we nog in 1983 leven. Al die kosten verdwijnen niet magisch; ze worden gewoon doorberekend aan iedereen die wél normaal betaalt.
En dan hebben we het nog niet eens over de doelgroep die écht dol is op contant geld: mensen die liever niet hebben dat iemand weet wat ze doen, verdienen of kopen. Criminelen, zwartwerkers, drugsdealers en de categorie ‘ik heb niets te verbergen maar wil toch graag onzichtbaar blijven’, een groep die opvallend vaak contant betaalt en vervolgens stomverbaasd is dat de samenleving duurder wordt.
Contant betalen is daarmee geen onschuldige voorkeur, maar een vorm van sociaal egoïsme. Een principiële keuze die vooral anderen laat opdraaien voor de kosten. In een moderne economie is cash geen vrijheid, maar ballast. En het zijn altijd dezelfde mensen die hem blijven meesjouwen, terwijl de rest van ons de rekening mag dragen.