Nederland is weer eens in de stress omdat het doorsnee huishouden ruim een ton tekortkomt voor een koopwoning. Een ton. Alsof iemand bij de kassa staat met tijgerprintlegging en de caissière zegt: “Dat wordt €100.000 bijbetalen mevrouw.” En iedereen reageert geschokt.
Maar het mooiste is hoe we collectief doen alsof dit een nationale ramp is die ons allemaal treft. Alsof heel Nederland ’s nachts wakker ligt, zwetend, piekerend over de woningmarkt. Terwijl de realiteit veel simpeler is: de mensen die al een huis hebben slapen uitstekend. Die worden elke ochtend wakker in een slaapkamer die per nacht meer waard wordt. De enige crisis die zij kennen, is de vraag of de cappuccinomachine ontkalkt moet worden.
En toch spelen ze het spel mee. Ze trekken een ernstig gezicht, zeggen dat het “echt niet langer zo kan”, en knikken begripvol wanneer starters vertellen dat ze honderdduizend euro tekortkomen. Maar je ziet het in hun ogen: ze hopen dat niemand iets verandert. Want waarom zou je ingrijpen in een systeem dat jou elk jaar een paar maanden salaris cadeau doet? Dat zou zijn alsof je de geldkraan dichtdraait omdat je het geluid irritant vindt.
Het is bijna aandoenlijk hoe we in Nederland doen alsof de woningmarkt een soort natuurverschijnsel is dat iedereen even hard raakt. Maar dat is natuurlijk onzin. De ene helft van het land staat tot zijn nek in de modder, terwijl de andere helft op een verhoogd terras zit te kijken hoe het water stijgt, en zachtjes hoopt dat het nog een paar centimeter hoger komt, want dat is goed voor het uitzicht.
En dan dat nieuwsbericht over dat tonnetje tekort. Iedereen roept dat het “schokkend” is, maar voor huiseigenaren is het vooral bevestiging dat hun stenen weer harder zijn gegroeid dan het eendenkroos in de vijver. Het is geen crisis. Het is een jaarlijkse vermogensupdate.
Dus ja, starters komen een ton tekort. Maar laten we niet doen alsof heel Nederland daaronder lijdt. De mensen met een eigen woning zitten prima. Die hebben geen woningtekort. Die hebben een verdienmodel.
