IWIH is heus niet de enige Nederlander die gevangen zit in Noorwegen. Zo ook onze nieuwe schrijver.
Er zijn mensen die naar Noorwegen verhuizen voor de rust, de natuur of de belastingdruk. En er zijn mensen die naar Noorwegen verhuizen en vervolgens op een eiland gaan wonen waar de enige vaste bewoners bestaan uit twee mensen en een kudde schapen met persoonlijkheidsproblemen. Onze nieuwe schrijver behoort tot die laatste categorie.
A Dutchman i Norge groeide op in Rotterdam, waar hij leerde dat praten vooral iets is wat je doet als je handen even niets te tillen hebben. Daarna werkte hij jarenlang bij de brandweer, een beroep waarin je vooral níet moet wachten tot iemand je een e‑mail terugstuurt. Misschien is dat waarom Noorwegen hem zo fascineert: een land waar communicatie optioneel is en veel water verplicht.
Zeven jaar bracht hij door in Zuid‑Limburg, waar hij ontdekte dat Limburgers vriendelijk zijn, maar nooit zullen doen alsof je er écht bij hoort. Dat bleek uitstekende training voor zijn volgende stap: emigreren naar Noorwegen, waar niemand doet alsof je überhaupt bestaat.
Samen met zijn vrouw runde hij een klein hostel op Magerøya, een eiland dat zo noordelijk ligt dat Google Maps er spontaan van gaat stotteren. In de winter waren zij de enige bewoners, op de schapen na dan.
Daarna werkte hij in een ramenfabriek en inmiddels woont hij in wat Noren het “warme en regenarme deel van Noorwegen” noemen. Dat is vergelijkbaar met hoe Nederlanders “een klein buitje” definiëren.
Hij schrijft zoals hij leeft: droog, observerend, licht verbaasd over de wereld en vooral over Noren.
IWIH heet hem van harte welkom.
