Sinds de herstart in januari, een beslissing die we zelf nog steeds niet helemaal begrijpen, gaat het onverwacht goed met Ik was in Haren. Te goed eigenlijk. De bezoekersaantallen stijgen, mensen keren terug, en dat zegt vooral iets over jullie. Blijkbaar is er in Nederland een groeiende groep mensen die hun vrije tijd vrijwillig besteedt aan het lezen van zure cynische stukjes die hen eraan herinneren dat het leven niet per se beter wordt van informatie. Maar goed, ieder zijn hobby. Sommige mensen verzamelen postzegels, jullie verzamelen teleurstelling.
En dan zijn er de donaties. Alsof jullie bang zijn dat we anders stoppen. Alsof iemand hier een moreel kompas heeft dat gered moet worden. Maar we zijn dankbaar, oprecht dankbaar zelfs, want dankzij jullie bijdragen rookt niet alleen de server, maar deze winter ook onze schoorsteen. En voor wie het nog niet wist: aan de zijkant en onder ieder stukje staat een Buy me a Duvel‑knop. Voor de lezers die denken: “Ik wil graag financieel bijdragen aan mijn eigen mentale achteruitgang.”
Wat vooral helpt, is dat we niet langer alleen zijn. Blonde Hond blaft al jaren wat in de leegte, maar sinds januari hebben we versterking. Suuz Sjravelt, die schrijft alsof ze met één hand een glas wijn vasthoudt en met de andere jullie illusies doorprikt. A Dutchman i Norge, die vanuit Noorwegen verslag doet alsof hij permanent spijt heeft van jullie land én het zijne. En natuurlijk Dichter tegen Wil en Dank, de dichter die poëzie haat maar jullie toch blijft bedienen, alsof jullie gegijzelden zijn die Stockholm-syndroom hebben ontwikkeld voor rijm.
Samen vormen ze een bont gezelschap dat niemand heeft besteld, maar dat jullie toch blijven lezen. En eerlijk: zolang jullie blijven terugkomen, blijven wij schrijven. Iemand moet het doen. En jullie doen duidelijk geen moeite om ons ervan te weerhouden.
