En zo brak de laatste festivaldag aan. Na een heerlijke nachtrust van maar liefst 3 uur, beloofde het een sprankelende dag te worden. Na een verfrissende douche stortte ik al bijna in van vermoeidheid. Maar terwijl ik de laatste hap nam van mijn platgewalste ontbijt-panini moesten we een sprintje trekken naar onze tent (het sprintje leek waarschijnlijk meer op invalide snelwandelen, maar in mijn hoofd was het pijlsnel), omdat we maar weer eens een onverwachte regenbui over ons heen kregen en die kwam dit keer als geroepen. We kropen nog even een uurtje de tent in voor een powernap!
Zoals alle eerdere dagen, waren we ook nu ruim op tijd op het terrein zodat we maximaal konden genieten van alles waarvoor we ons scheel betaald hadden. We begonnen met een helft van Dadi Freyr en een helft van My Baby, beide erg vermakelijk. Het optreden van Bente was het perfecte moment om te plassen, een spicy nacho-lunch te regelen en waterflesjes bij te vullen.
Daarna kwamen we terecht in het paradijs voor Limburgers, de ‘Hoogmis van het Zuiden’, een oververhitte miniversie van carnaval. Een uur lang zingen, sjoenkelen (ja, google maar) en springen. Als echte carnavalsgekken deden we net alsof het geen 35 graden was en gingen we helemaal los. Aan de verbaasde/geschokte/verwarde gezichten om ons heen konden we precies zien wie er niet uit Limburg kwamen.

De rest van de middag modderden we een beetje aan tussen de twee hoofdpodia, bewandelden we het splinternieuwe Reumkenspad (vernoemd naar een lokale boer die ons 2 jaar geleden redde van de verdrinkingsdood, omdat hij het tot moeras verworden terrein volstrooide met gedroogd gras en houtsnippers) en chillde ik met de dochter in het zonnetje onder het genot van een portie loaded fries (friet met restjes van de dag ervoor eroverheen gedrapeerd) terwijl de schoonzoon met gevaar voor eigen leven een grote mysterieuze Lidl-kubus betrad om mee te doen aan ‘Drop de biet’ (het is me zelfs na zijn uitleg nog niet duidelijk welke sekte-achtige activiteiten daar hebben plaatsgevonden).
Na het Limburgse hoogtepunt, was er ook nog een Haags hoogtepunt in de vorm van Di-rect. Ja ja, ik weet het: “totaal overschatte band”, “tribute band van zichzelf”, “veel te theatraal”, blablabla proemevla. Wij vinden ze dus gewoon wel geweldig, we schamen ons daar ook niet voor en ik wil Marcel, de zanger adopteren! En dus hadden we hier ook al heel vroeg ons plekje aan de rand van de pit veroverd zodat we optimaal konden genieten zonder al te veel risico te lopen om met ons hoofd op tv te eindigen. Eigenlijk was dit voor ons de perfecte afsluiter, dus de headliner, Foo Fighters, hebben we maar half gezien en toen vonden we het wel welletjes.
Voldaan wandelden we naar de camping en nestelden ons met een restje lauwe wijn op de banken op het feestplein om nog even naar gênante dansjes van anderen te kijken en te luisteren naar de uitgekauwde hits van de dj, die er stond met zo’n blik van “Is dit het nou?”, terwijl we pijn hadden aan onze lachknobbels van de slappe lach. In de verte zagen we nog het vuurwerk boven het festivalterrein en op dat moment viel het groepscamping-polsbandje symbolisch en spontaan van mijn pols. Tijd om in de slaapzak te kruipen voor de laatste keer dit jaar.
En dan is er altijd die onvermijdelijke, stomme superdepuperstomme ochtend van vertrek. De laatste, veel te dure en helemaal niet zo lekkere koffie en de laatste keer ontbijten op het feestplein dat ineens een stuk minder feestelijk is, gevolgd door het allerstomste der stommigheden: het afbreken van de tent. De tent, waarvan we al jaren denken dat we ‘m dit jaar echt moeten achterlaten omdat ‘ie niet meer voldoet, maar die toch steeds weer waterdicht blijkt te zijn en dan toch met tegenzin wordt afgebroken, vakkundig wordt opgevouwen en in de draagtas wordt gepropt.

Normaal volgde dan nog een ellenlange wandeling terug naar de auto, die minstens 3 keer zo lang leek als de heenweg, maar nu hoefden we maar de straat over te steken en waren we in een sprong bij de halte van de pendelbus, gleden we soepel vanuit de pendelbus de trein in (lees: liepen we vreselijk onhandig te kloten met onze bagage) en zette taxi dochter me weer voor de deur af.
En zo was ik aan het einde van de ochtend al thuis, met de energie van een handdoek die was achtergelaten in een vieze Pinkpop-douche, haar dat er uitzag als het gedroogde gras van boer Reumkens en een huid die aanvoelde als een stuk perkament, maar wel met een gelukzalige glimlach op mijn gezicht en een uitgerust brein. Dat mijn lichaam niet was uitgerust, uitte zich in een middagdutje van bijna 3 uur, samen met twee katten die dolblij waren dat ik er weer was.
Wordt voorlopig niet vervolgd (over een jaar pas weer)…
