IWIH trof vanmiddag zijn auto aan met een verse vogelstront op de motorkap. Met wat warm water en een doek was het zo weg, maar dat doet volgens hem niets af aan de ernst van de situatie. Deze keer had hij geluk gehad, stelt IWIH, maar had die troep een paar dagen blijven zitten, dan had het dwars door de lak heen gevreten. En wellicht door de motorkap zelf. Dat weet iedereen die een auto heeft.
Volgens IWIH is dit namelijk al jaren een probleem in de maak, en heeft praktisch niemand de moeite genomen om er iets aan te doen. Buitenkatten zie je nog maar zelden, terwijl die vroeger iets aan de vogels deden.
Maar daar blijft het niet bij, benadrukt IWIH. Nederland telt duizenden windmolens die inmiddels amper nog invloed hebben op de vogelstand. Vroeger kon er nog gerekend worden op een paar honderd porties vogelgehakt per jaar per molen, tegenwoordig draaien ze gewoon rustig door alsof er niets aan de hand is.
Ook het voerhuisje aan de schutting van de buren is schuldig aan te grote vogelpopulatie. Dat voert de hele winter door, terwijl de natuur juist bedoeld is om de zwakke exemplaren eruit te filteren. Nu overleeft gewoon elke vogel en blijft het aantal vliegende strontmachines groeien.
Zelfs de akkerbouw laat steken vallen. Geen netten boven de gewassen, helemaal niets. Er wordt gewoon een openbaar buffet neergezet, wat er even later ook weer uit moet. Het liefst bovenop de lak van IWIH’s auto.
De conclusie is dan ook helder: er wordt in Nederland op geen enkel front nog serieus werk gemaakt van het terugdringen, laat staan uitroeien, van de vogelpopulatie. IWIH stond vanmiddag zelf met een emmer warm water stront te ruimen, terwijl dat wat hem betreft niet zijn taak had moeten zijn. Dat is de taak van iedereen die dacht dat een vogel zo’n schattig diertje is.
Het wegpoetsen van de vogelstront helpt overigens maar tijdelijk. De volgende kwak stront hangt al in de lucht.
