De tandarts en ik… het is niet zo zeer een haat-liefdeverhouding, maar meer een haat-afschuwverhouding.
Dat was niet altijd zo. Als kind had ik geen probleem met de tandarts. De meeste klasgenootjes hadden een enorm schooltandarts-trauma. Ik niet. Ik hoefde niet naar de schooltandarts, ik mocht met mijn ouders naar de gewone tandarts en dat was een vriendelijke meneer. Ik hoefde ook niet zo’n gore kokhals-veroorzakende fluorzooi in een gebitje, ik kreeg thuis fluortabletjes (die later ineens toch niet effectief bleken te zijn). Ik had ook nooit gaatjes, dus ik kon me niet inleven in alle horrorverhalen. De orthodontist was wel de hel, maar dat is een ander verhaal.
De eerste kleine gaatjes die ik als volwassene kreeg, liet ik onverdoofd vullen. Prima te doen. Alles veranderde toen er 2 verstandskiezen moesten worden getrokken. Dat begon al met de verdoving. “Het is maar een klein prikje”, werd er gezegd. Nou dikke lolly! Het voelde alsof iemand met gloeiendhete breinaalden in mijn tandvlees zat te wroeten. Ik bleek overgevoelig. Fijn! Daarna volgde een volledige paniekaanval omdat ik alles nog voelde, dus er moest nog een spuit achteraan. Vervolgens zaten mijn kiezen iets vaster dan verwacht, dus er werd gehamerd, gebeiteld, gewrikt. Een aantal keren werd ik met die horrortang gewoon mee de stoel uit getrokken. En de geluiden waren afgrijselijk, alsof iemand een veel te dikke winterpeen doormidden probeert te breken. De tandarts maakte nog de fout om mij na afloop de verwijderde kiezen inclusief bloederige wortels te laten zien, waardoor ik me precies kon voorstellen wat voor gapende kraters ik in mijn mond had en ik ging bijna van mijn stokje.
Vanaf toen was ik als de dood voor de tandarts. Ik ging wel braaf elk half jaar, aangezien ik regelmatig terugkerende nachtmerries heb over afbrokkelende kiezen en loszittende tanden, maar het ging niet meer van harte. Het is ook eigenlijk een mensonterende situatie. Je ligt daar met je mond wagenwijd open terwijl twee personen die ongetwijfeld vreselijk sadistisch zijn zich over je heen buigen. Ze stellen je allerlei vragen die je alleen met “schmhmpfff” kunt beantwoorden, er verdwijnen allerlei spitse attributen in je mond, je hoort snerpende geluiden waarvan je nekharen rechtop gaan staan en je hebt nul controle over wat er zich daar allemaal afspeelt. Van tevoren vraagt de tandarts of je ergens pijn hebt. Dat is nooit het geval, maar als hij klaar is, doet je hele gebit pijn. Terwijl je het bloed wegspoelt met een bekertje lauw water krijg je te horen wat je allemaal verkeerd hebt gedaan op tandenpoetsgebied en waarom het je eigen schuld is dat je tandvlees zo bloedt. Met een beetje pech krijg je nog een spoedcursus flossen/tandenstokeren/rageren met een kinderachtig spiegeltje voor je neus. Ik vertel dat ik braaf elke dag rager, maar ik zie aan de tandarts dat hij me niet gelooft. En terecht, want ik vergeet het altijd en doe het alleen de laatste twee weken voor de controle dagelijks.
Een paar jaar geleden verging ik ineens van de kiespijn. Ik probeerde het te negeren, maar dat werd onmogelijk, dus ik moest met spoed geholpen worden. Een wortelkanaalbehandeling. Dat klinkt net zo ellendig als het is. Het eerste deel kon niet bij mijn eigen tandarts, want die was ziek. Dat heb ik hem nooit vergeven. De invaller was een stuk minder voorzichtig met me en zette de verdovingsspuit in een spier. Ik kon toen 2 weken lang mijn mond niet verder openen dan 1 cm en daardoor kon mijn eigen tandarts de behandeling pas veel later afmaken, met maar een kleine oppervlakkige verdoving. Ik heb letterlijk gejankt in die stoel. Een jaar later brak diezelfde kies doormidden bij het eten van een katjesdropje. Met wat knip en plakwerk en een soort papier-maché redde de tandarts mijn kies met de mededeling dat dit geen 10 jaar zou houden. Dus die kies is nu al een paar jaar mijn zorgenkindje.
Deze week moest ik voor het eerst naar een nieuwe tandarts. Deels omdat ik was verhuisd, deels omdat ik mijn laatste controle bij de vorige tandarts zo lang had uitgesteld dat ik me zo hard schaamde dat ik uiteindelijk helemaal niet meer durfde te gaan. Op de dag van de afspraak zocht ik naar 100 uitvluchten om af te bellen. Onder lichte dwang van mijn vriend ging ik toch. Deze tandarts zag gelukkig meteen de paniek in mijn ogen, hij stelde me gerust, we deden alleen een intake, hij maakte wat foto’s en voor het vullen van 1 klein gaatje moet ik nog terug. Tenminste, als ik de afspraak durf te maken… en als ik die afspraak dan vervolgens niet 3 keer verplaats totdat ik helemaal niet meer durf. Nee, ik ga wel. Maar ik ga ook de hele dag op zoek naar redenen om niet te hoeven gaan en ik ga ook gewoon zieke buikpijn hebben en kotsmisselijk zijn en 37 zweetaanvallen krijgen. En misschien een beetje huilen. Maar ik ga wel. Denk ik.
