Arianne noemt het “aarden”. Blote voeten, blote kont, tussen de bomen, op zoek naar iets dat ze zelf kwijt is geraakt in haar tweede huwelijk. Energetisch, zegt ze, het opent blokkades, alsof het lichaam een verstopte pleepot is die met wat handoplegging, kaarsvet en rozenkwarts weer gaat doorstromen. Arianne praat over “haar energie” zoals anderen over hun werk praten: serieus, uitgebreid, alsof iemand ernaar vroeg. Na afloop voelt ze zich “gereinigd”. De muskusratten niet. Die hebben gewoon een halfnaakte vrouw tegen een boom zien schuren. Arianne ook niet, behalve wat extra insectenbulten op haar bevrijde buik.
