Ik ben niet religieus opgevoed. In de praktijk betekent dat niet dat ik niet gelovig ben, maar we gingen vroeger nooit naar de kerk. Ik ben nog gedoopt, maar daarna hield het ook op. Mijn vader, die ooit kapelaan was, vertelde wel veel over de kerk en het geloof en die verhalen vond ik allemaal erg interessant.
Mijn vriendinnetjes uit de buurt die op de katholieke basisschool zaten, deden in groep 4 allemaal de communie. Ik zat op een openbare school. Daar deed maar een handjevol de communie en de lessen hierover vonden plaats buiten de reguliere lessen. Dat vond ik dus fascinerend. Er was ergens een soort parallelle wereld, met lessen waarvan ik de inhoud niet kende en voorbereidingen op een belangrijke gebeurtenis waaraan ik niet kon deelnemen.
Van vriendinnetjes hoorde ik alleen de jaloersmakende bijkomstigheden, zoals het feest, de cadeautjes en de mooie jurk. En dus besloot ik dat ik ook de communie wilde doen. Voordat mijn ouders dat hele, puur op nieuwsgierigheid gebaseerde, traject met me in zouden gaan, wilden ze eerst weten waarom. “Ik wil ook een communiejurkje” was niet het gewenste antwoord.
Mijn ouders besloten dat de jurk geen goede reden was om de communie te doen. Maar er kwam een compromis. Mijn moeder, die erg handig was met de naaimachine, beloofde zelf een mooi, wit jurkje voor me te maken. Dat jurkje kon ik dan aan naar de communie-feestjes waarvoor ik werd uitgenodigd.
Het werd een prachtige jurk. Wit, met ruches. En ik mocht mijn goede schoenen eronder aan. Als een prinses schreed ik (in zo’n jurk moet je niet gewoon lopen, maar schrijden) apetrots richting het eerste feestje. Nou was het helaas zo dat ik me over het algemeen niet heel prinsessen-achtig gedroeg, maar meer als een hyperactieve chimpansee.
Op het feestje speelden we verstoppertje. Ik nam dat soort spelletjes uiterst serieus en zocht een goede verstopplek. Ik zag, grenzend aan de tuin in een wei, een hele goede verstopplek in een prachtige klimboom. Het kwam wel nog even in me op dat het niet praktisch was om in die outfit in een boom te klimmen, maar ik dacht dat het wel zou lukken. Het lukte ook. Wat een beetje jammer was, was dat ik eerst over prikkeldraad moest klimmen om in die wei te komen. En dat ging helaas niet helemaal zoals gepland.
En zo gebeurde het onvermijdelijke: ik kwam na het feestje thuis met een enorme scheur in mijn splinternieuwe prinsessenjurk. Mijn moeder repareerde ‘m nog wel provisorisch voor het volgende feestje, maar het magische was er toen wel vanaf. Ik kon net zo goed weer gewoon in een t-shirt en mijn oude tuinbroek naar de andere feestjes.
