Nederlanders hebben het zwaar. Heel erg zwaar. Een pondje gehakt is weer duurder geworden en dus moet iedereen weten dat het vroeger allemaal beter was. Een pak melk kost tegenwoordig bijna twee euro en sommige mensen rijden er gerust twaalf kilometer voor om omdat het bij de supermarkt in het andere dorp 19 cent goedkoper is.
Ook de Efteling is schandalig duur geworden. Vier kaartjes, parkeren, een patatje en twee bekers onbeperkt cola en je bent zomaar een bedrag kwijt waarvoor vroeger een gezin een weekend naar de Ardennen kon.
De benzine is te duur, de energierekening te hoog, de zorgpremie belachelijk, de gemeentelijke belastingen zijn gestegen en een brood van vier euro is volgens X het definitieve bewijs dat Nederland financieel naar de klote gaat.
Het leven is onbetaalbaar geworden en de Nederlander ligt aan de geeuwhonger.
Tot dezelfde Nederlander een nieuwe Mercedes gaat bestellen.
Dan blijkt er ineens een heel ander financieel universum te bestaan. De basisprijs van de auto valt eigenlijk best mee. Alleen komt er nog wat bij voor leren bekleding. En stoelverwarming. En een panoramadak. En een beter geluidssysteem. En adaptieve cruisecontrol. En grotere velgen, want op normale 18″ velgen ziet zo’n auto eruit alsof hij van de thuiszorg is.
Ook de sportstoelen graag.
En de zwarte hemelbekleding.
En het assistentiepakket.
En natuurlijk metallic lak voor maar 2995 euro, want wit is voor mensen die geen geld hebben.
Niemand vraagt dan of het misschien een beetje minder kan. Niemand zegt tegen de verkoper dat € 4.000 voor een set velgen toch behoorlijk aan de prijs is. Er wordt gewoon aangevinkt. Nog een vakje. Nog een vakje. En vooruit, dat verwarmde stuur ook maar.
Tot er uiteindelijk € 135.600 op het scherm staat.
De verkoper vraagt vriendelijk of meneer nog iets aan de configuratie wil veranderen.
“Doe die grotere remmen ook maar.”
Maar zodra er een Mercedes op het scherm staat, verandert de Nederlander in een man die geld als decoratie begint te gebruiken.
En dan gaat het niet eens om de auto. Die rijdt ook zonder kuipstoeltjes wel gewoon van A naar B. Het gaat om het aanvinken. Om het gevoel dat er iets ontbreekt zolang er ergens in die configurator nog een grijs vakje staat dat niet blauw is geworden.
En geef ze eens ongelijk.
Het is vooral de combinatie die fascineert. Voor een pak melk wordt twaalf kilometer omgereden om 19 cent te besparen, maar voor een auto wordt zonder knipperen een bedrag neergelegd waarvoor je 2.000 pakken melk kunt kopen. Waarschijnlijk met gratis parkeerplek.
Hetzelfde volk dat online een woedende discussie begint omdat de supermarkt de gehaktbal 30 cent duurder heeft gemaakt, bestelt bij de dealer een auto met een optie die € 1.850 kost en uitsluitend voorkomt dat er een knopje op het dashboard zit.
IWIH gaat het voortaan ook zo aanpakken. Bij de supermarkt gaat hij nog steeds twintig minuten zoeken naar de goedkoopste kaas. Maar zodra hij ooit het geld heeft voor een AMG vinkt hij alles aan.
Inclusief het verwarmde stuur.
Dat schijnt belangrijk te zijn.
