Ergens eind jaren negentig is de Nederlandse man een deal aangeboden. Hij kreeg een kamer. Hooguit zeven vierkante meter, meestal het kleinste slaapkamertje, soms de zolder, opvallend vaak de zolder, altijd naast de cv-ketel. In ruil daarvoor gaf hij de rest van het huis op.
Hij noemde het een mancave en vierde het als een verworvenheid. Dit is de eerste aanwijzing dat er iets grondig mis is gegaan met het onderhandelen.
Bekijk de verdeling. De man betaalt doorgaans het grootste deel van de hypotheek. Voor dat geld krijgt hij een kamertje met een schuin dak waar hij zich twee keer per week aan stoot. De rest van het huis, woonkamer, hal, keuken, het stuk tuin dat je vanuit de keuken ziet, en zelfs de plee wordt ingericht volgens een smaak die niet de zijne is en ook nooit ter discussie heeft gestaan.
In de mancave: één poster. Meestal Pulp Fiction, Uma Thurman op haar buik, gekocht in een tijd dat de bewoner nog dacht dat dit een goede investering was in wie hij later zou worden. Een gaming console. Soms een stereotoren die niemand meer gebruikt maar die te veel gekost heeft om weg te doen. Een blikje Heineken, warm, want een koelkastje erbij zit er financieel niet meer in.
Door de rest van het huis: schilderijen van de hobbyclub, allemaal getiteld met iets zweverigs als “Samen met de natuur.” Een naaimachine van een overgrootmoeder die waarschijnlijk al een halve eeuw geen steek meer heeft gezet, op een sokkel in de woonkamer alsof het een Rietveld-stoel is. Dit heet decoreren. Wat de man in zijn eigen kamer doet heet rommel en moet achter een deur.
De mancave wordt gebracht als een overwinning. Eigen grondgebied, eindelijk, na jaren onderhandelen. Niemand vraagt zich hardop af waarom een volwassen man moet onderhandelen over een kamer in een huis dat hij grotendeels betaalt. Niemand vraagt zich af waarom “eigen ruimte” in de praktijk betekent: de enige ruimte, de kleinste ruimte, de ruimte waar niemand anders komt. Waar niemand wil komen.
De mannen zelf zijn hier opvallend tevreden mee. Ze laten trots hun mancave zien aan bezoekers alsof het een aanwinst is, in plaats van het enige overgebleven bewijs dat ze ooit ergens anders woonden dan in een kamertje naast de cv-ketel. Er bestaan zelfs tijdschriften over de inrichting ervan. Er is geen tijdschrift over hoe je de rest van je eigen huis terugkrijgt. Misschien over echtscheiden.
Dit is geen ruimteprobleem. Dit is een grens die ergens dertig jaar geleden is getrokken, steeds een stukje is opgeschoven, en nu wordt gevierd door de partij die verloor.
