Een lekkere cappuccino, radio aan. Weer een jongen die een fatbike heeft gejat, hoorde ik net op Radio 1. En zo gaat het al weken. Elke ochtend hetzelfde riedeltje: joyriden, vechten, iemand die een tankstation beroofd heeft met een vlindermes. Toeval? Ik dacht het niet.
Want wat blijkt. Die nieuwe GTA-game komt eraan. GTA6. De game is nog niet eens uit, pas in november, heb ik gelezen, maar de sfeer is nu al om te snijden. En ik zeg altijd: waar rook is, is vuur. Die jongens van tegenwoordig zitten de hele dag met een controller in hun hand levens te stelen, auto’s te jatten en agenten in elkaar te rammen, en dan doen we allemaal verbaasd als ze het buiten ook proberen. Het is toch niet gek dat een kind dat drie uur per dag traint in autodiefstal, op een gegeven moment denkt: en nu ben ik er klaar voor!
Ik zeg tegen mijn vrouw: dit gaat helemaal mis in november. “Het is maar een spelletje, Blonde,” zegt ze dan. Maar zo simpel is het niet. Vroeger hadden we Super Mario. Die sprong op een paddenstoel en at een bloempje op, en niemand die daarna een paddenstoel ging slopen. Hooguit namen ze wat paddo’s. Nu geven we onze kinderen een game waar je een auto steelt, een dealer in elkaar slaat en daarna gewoon weer verder rijdt alsof er niks gebeurd is. En dat noemen ze dan “entertainment.”
Dus mijn advies aan alle ouders in de straat: boycot die game. Gewoon niet in huis halen. Al is het voor je eigen veiligheid, je wil toch niet dat jouw Kevin straks denkt dat je met een honkbalknuppel de Aldi kan beroven omdat het in Leonida ook zo werkt?
Al zie ik, als ik heel eerlijk ben, ook wel één voordeel. Want zolang die kinderen thuis op de bank zitten, met zo’n controller in hun handen, achter hun PlayStation of Xbox, dan zijn ze wél van de straat. Geen scooters die verdwijnen, geen ruzies bij de Aldi, geen jongens die rondhangen bij de sporthal. Rustig in de wijk.
Dus eigenlijk, als ik er zo over nadenk: misschien moeten we die game toch maar gewoon laten spelen door de jeugd. Voor onze eigen veiligheid.
