Het nieuws begon weer te dreunen.
Iran. Benzineprijzen. Hantavirus.
Drie varianten van dezelfde vermoeidheid.
Ik had me al neergelegd bij de sleur,
tot Loosdrecht in beeld klapte.
Eindelijk iets anders dan ellende op repeat.
Rellen. Rook. Jongens die dachten
dat ze geschiedenis schreven
met een aansteker en een hoodie.
Alsof de wereld daarop zat te wachten.
De politie had er zichtbaar geen geduld voor.
Schilden naar voren.
Knuppels als leestekens.
Waterkanonnen die hun ochtendhumeur uitspuugden.
De menigte die langzaam begreep
dat zwaartekracht en gezag
nog steeds een prima duo vormen.
Ze werden de straat af geveegd
alsof ze ergens moesten zijn
maar het zelf vergeten waren.
Sirenes als commentaar.
Blauwe lampen die iedereen verraden
en niemand mooier maken.
Ik keek toe vanaf mijn bank.
Veilig. Warm. Onverplaatsbaar.
Mijn borrel klotste zachtjes,
het enige wezen in huis
dat nog reageert op de actualiteit.
Buiten werd Loosdrecht schoongespoeld.
Binnen bleef alles hetzelfde.
De wereld in brand,
ik in mijn woonkamer.
En eerlijk:
dat is voor iedereen het beste.
