Er is weer iets ontploft in Nederland, en dit keer was het niet de woningmarkt, niet de zorgpremie en ook niet de gemoedstoestand van de gemiddelde forens, maar een gasfles tijdens het bakken van pannenkoeken op een praktijkschool. Want waarom zou je kinderen nog wiskunde geven als je ze ook kunt blootstellen aan een live‑demonstratie “hoe werkt een steekvlam?”
Vijf mensen gewond. Tijdens pannenkoeken bakken. PANNENKOEKEN. Het meest risicoloze gerecht sinds de uitvinding van water met meel. Hoe krijg je dat voor elkaar? Je moet bijna respect hebben voor de organisatorische creativiteit die nodig is om van een lunchactiviteit een brandweeroefening te maken.
En dan komt de woordvoerder natuurlijk met de geruststelling: “De gasfles is niet ontploft.” Nee joh, dat zien we. De halve school staat in de rook, maar de gasfles heeft het keurig volgens protocol gedaan. Fijn dat we dat even weten. Het is altijd geruststellend wanneer het object dat de ellende veroorzaakte volgens de richtlijnen weer veilig in de kast mag.
Het mooiste is nog dat dit een praktijkschool is. Een plek waar jongeren leren hoe de echte wereld werkt. Nou, missie geslaagd: de echte wereld is namelijk één grote, slecht onderhouden installatie waar iedereen maar hoopt dat het vandaag niet hun beurt is om vlam te vatten.
Misschien moeten we stoppen met pannenkoeken bakken op scholen. Of überhaupt met gas. Of met onderwijs. Want als dit “praktijkervaring” is, dan is de praktijk vooral: chaos, brandwonden en een woordvoerder die vindt dat vijf gewonden bij het bakken van pannenkoeken eigenlijk best wel meevalt.
