IWIH zag de afgelopen week veel mensen die zich grote zorgen maakten over een ongeboren kind van 24 weken. Dat was mooi om te zien. Het leven is immers heilig. Tenminste, zo klonk het.
Dat bracht IWIH op een ongemakkelijke gedachte.
Stel dat er een rubberboot met vluchtelingen omslaat op de Middellandse Zee. Tussen de drenkelingen bevindt zich een vrouw die precies 24 weken zwanger is.
Wat nu?
Het ongeboren kind heeft immers nergens voor gekozen. Dat argument verscheen de afgelopen dagen honderden keren onder de tweets van IWIH. De moeder wel. Zij koos ervoor om in dat bootje te stappen. Eigen schuld, vonden opvallend veel mensen.
Maar hoe werkt dat precies?
Wordt de vrouw uit het water gehaald omdat er een ongeboren kind in haar buik zit? Of telt alleen het kind? Het kind heeft tenslotte geen keuze gehad.
En als de moeder eenmaal veilig aan land is, verandert zij dan weer in een ongewenste vluchteling? Krijgt het kind een warm welkom omdat het onschuldig is, terwijl de moeder direct terug in zee wordt gegooid? Of moet het ongeboren kind boeten voor de beslissing van de moeder om überhaupt op dat bootje te stappen?
Misschien krijgt het kind meteen een Nederlands paspoort. Het had immers zelf geen keuze. Dat schijnt ineens een doorslaggevend argument te zijn. Wordt het kind dan opgevoed naar onze westerse maatstaven? En wie draait voor de kosten op? Of geldt dat allemaal alleen zolang het kind zich nog niet in een vluchtelingenboot bevindt.
Misschien is dat ook de reden dat zoveel mensen zo boos werden.
Niet omdat de vergelijking onmogelijk is.
Maar omdat het antwoord best afhankelijk is van in welke buik je groeit.
