Normaal ben ik op vakantie een liefhebber van verblijven in appartement of vakantiehuisje (niet in een vakantiepark!), maar voor korte vakanties, citytrips of weekendjes weg kies ik altijd het liefste voor een hotel. Ik heb hierbij maar weinig eisen, aangezien ik er alleen ben om te slapen en te ontbijten. Ik wil dichtbij het centrum zitten, mijn eigen toilet en douche, ontbijt inbegrepen, een tweepersoonsbed en wifi.
Bijna alle hotels zijn een beetje hetzelfde, maar toch ook compleet anders. Zodra ik de lobby binnenstap, krijg ik al meteen dat opgewonden vakantie-gevoel. Het avontuur begint al bij het inchecken. Meestal loop je gewoon ouderwets naar een balie, iemand vraagt in gebrekkig Engels om je ID, duwt een sleutel in je hand (dat is dus gewoon een pasje tegenwoordig), vertelt je onverstaanbaar waar je heen moet en waar je moet zijn voor het ontbijt en vervolgens ga je in een doolhof op zoek naar lift en kamer.
Afgelopen week waren we in een hotel waar ze lekker modern wilden doen en waar je kon inchecken bij een computer. Eerst moest ik mijn ID-kaart scannen door ‘m in de lucht voor een scherm te houden, terwijl mijn zoekende, licht geïrriteerde gezicht met onderkin op de achtergond in beeld was (net als op een gemiddelde boomer-selfie). Na 10 meldingen dat ik ‘m ofwel dichterbij ofwel verderaf moest houden, was ik er wel klaar mee. Dus ik zocht mijn boeking op naam. De computer vond mijn boeking ook wel, maar ik kon pas verder als ik betaalde. Niks mis mee, zou je denken, ware het niet dat ik ‘m thuis al online had betaald. Leuk geprobeerd van het hotel, maar we zijn toch maar weer ouderwets aan de balie gaan inchecken.
Dan volgt de zoektocht naar de lift en vooral het mysterie hoe je de lift (die altijd teveel spiegels bevat) aan de gang krijgt. Meestal moet je gewoon ergens je pasje scannen, maar dat realiseer je je pas als je eerst 6 keer gefrustreerd op allerlei knopjes hebt lopen drukken. Als je dan in het labyrint van gangen eindelijk je kamer hebt gevonden, volgt daar hetzelfde ritueel met de kamerdeur. Pasje ervoor, het lampje wordt rood, pasje andersom, lukt niet. En om onverklaarbare redenen lukt het ineens wel. Ik verdenk de hoteleigenaren ervan dat ze het met opzet moeilijk maken en camera’s in de gangen hangen om de gasten te zien klooien, puur als entertainment.
De speurtocht door de kamer is ook altijd spannend. Is het bed een beetje prettig, hoeveel kussens liggen erop, waar zijn de stopcontacten (die zijn er altijd te weinig en op rare plaatsen)? Hoe werkt de verlichting? Soms doen de lampen het alleen als je je pasje ergens in stopt (duurt ook altijd even voordat ik dat doorheb, dan heb ik eerst alweer op alle aanwezige knoppen lopen rammen). Hoe is de badkamer, is de douche fijn, ruikt de shampoo lekker (ruikt altijd standaard saai)? Meestal hangt het toiletpapier op een onhandige plek waardoor je een soort yoga moet beoefenen als je op het toilet zit. Hoe werkt de tv en welke vage buitenlandse zenders kan ik allemaal ontvangen (voor het slapen lig je dan naar een Noorse crimeserie te staren waarvan je 80% niet verstaat). Is er een waterkoker of alleen een föhn die ik niet gebruik? Er is ook altijd wel ergens een mysterieuze knop waarvan je er nooit achterkomt waar die voor dient. En tenslotte: kan het raam open en hoe is het uitzicht? In ons geval is dat in 9 van de 10 gevallen een grijze betonnen muur of een lelijk verlaten winkelpand.
Het allerleukste vind ik toch wel het ontbijt! Ik ben altijd heel benieuwd wat ze allemaal hebben, ik wil allemaal rare dingen proeven die ik thuis nooit zou eten en ik eet veel teveel. Ik neem altijd sap, terwijl ik dat thuis nooit drink. En als ik eenmaal zit, vind ik het heerlijk om anderen zoekend te zien rondscharrelen, verward om zich heen kijkend omdat ze het bestek niet vinden, 3 keer van plek wisselen omdat ze ergens anders toch fijner zitten, zien hoe ze niet snappen hoe de koffie-automaat werkt (waar ik zelf 5 minuten eerder ook nog zuchtend stond te klungelen en te knoeien). En hoe mensen erbij lopen… de een is al helemaal gedoucht, geschoren, volledig opgedoft en bijna in gala, de ander komt rechtstreeks uit bed, in pyjama, met ontploft haar en ochtendhumeur, sloffend op badslippers en kan net met moeite de ogen openhouden.
En na het ontbijt en de douche, waar je veel langer onder staat dan thuis (tenzij het een lauw zeikstraaltje is), stap je fris en fruitig, met een volgevreten buik, zelfvoldaan de kamer uit, sluit je in 3 gefrustreerde pogingen de kamerdeur en kan je vakantiedag beginnen. Ik houd van hotels!
