Voor de 6e keer ben ik nu alweer in Noorwegen. Als groot fan van Scandinavische boeken, series en films (met name Astrid Lindgren) was het vroeger een wens van mij om ooit naar Scandinavië te verhuizen. Ik had hier een enorm geromantiseerd beeld bij wat alleen maar werd bevestigd en zelfs versterkt tijdens mijn vakanties in Denemarken en Zweden. Ik danste daar rond als Madicken op Junibacken en beleefde avonturen zoals Emil in Lönneberga.
Dat ik tegenwoordig een vriend heb die het grootste deel van het jaar in Bergen woont is niet altijd leuk, maar betekent wel dat mijn wens voor een klein stukje uitkomt, want een paar weken per jaar zit ik gewoon in Noorwegen!
Toen we deze week laat in de avond samen landden op Bergen Flesland begon het minder idyllisch. We kwamen vanuit 35° in Nederland terecht in een temperatuur van 13° (gevoelstemperatuur -37°), dus ik had er meteen spijt van dat ik geen handschoenen bij me had. Terwijl we met onze dichtgeklapte oren als dove bejaarden tegen elkaar liepen te schreeuwen, gingen we in het pikkedonker, hink-stap-sprong-springend over een naaktslakkenplaag, op weg naar het appartement. Ik had er ook even niet aan gedacht dat het in Bergen (de naam verraadt het eigenlijk al) allemaal net wat bergachtiger is dan in Zuid-Limburg. Na die miljoen stappen op Schiphol en de verkrampte houding in het vliegtuig waren mijn benen nogal vermoeid en viel de laatste berg omhoog me zwaar.
Voordeel van de Noorse herfsttemperaturen was wel dat ik lekker op de bank kon ploffen met een beker warme Rett i Koppen chocomel en dat ik daarna heerlijk in mijn zachte Kruidvat huispak, opgerold onder een deken kon gaan slapen in plaats van poedelnaakt, als een neergestort vliegtuig bovenop de lakens. Vlak voordat ik in slaap viel, voelde ik dat ik toch een beetje opzag tegen alle regen die me beloofd was (in Bergen regent het 893 dagen per jaar ofzo).
Maar toen ik de dag erna in alle vroegte wakker werd, sloop ik even naar het balkon om de frisse ochtendlucht op te snuiven en bam! Zon! Ik was vergeten dat er altijd een klimaatverandering plaatsvindt zodra ik er ben.
Tijdens het uitpakken van mijn koffer, waarbij ik me net als de vorige 3 keer stond af te vragen waarom ik in hemelsnaam zoveel kleren had meegenomen (aangezien ik daar inmiddels een volledige garderobe heb liggen voor elk mogelijk weertype), voelde ik me al weer helemaal thuis.
En dus dartelde ik tijdens onze eerste ochtendwandeling in de zon rond als Karl in Nangijala en gilde ik uit volle borst de lentegroet van Ronja de roversdochter terwijl ik over spannende paadjes huppelde en rotsachtige bergen beklom.
Jeg er hjemme!
