Autorijden… ik heb er gemengde gevoelens bij. Ik was niet zo bevoorrecht dat ik op mijn 18e rijlessen kon betalen, dus ik was een echt OV-meisje (uit pure noodzaak hoor, want er is weinig zo goor en stressvol als reizen met OV). Toen ik op mijn 28e alsnog rijlessen ging volgen, moest dat bij een instructeur, gespecialiseerd in faalangst, want ik begon al te hyperventileren als ik aan een gaspedaal dacht. Dat ik een paar jaar eerder hulp had moeten verlenen bij een zwaar auto-ongeluk hielp niet. Maar ik had een instructeur die me erdoorheen sleepte en ik haalde in twee pogingen mijn rijbewijs.
Ik had zelf geen geld voor een auto, maar mocht gebruik maken van de auto van mijn vriend, dus ik deed gelukkig meteen wat ervaring op. Dat ik bij elke tegenligger in paniek raakte en zover naar rechts uitweek dat ik maar liefst 3 keer de buitenspiegel van de auto heb gereden, vergeet ik voor het gemak even. Verder ging het best goed.
10 jaar later kocht ik mijn eerste eigen auto, een Fiat Brava, die we liefkozend Fiat Drama noemden. Want een drama was het. Iemand zei ooit dat ik een auto net zo gemakkelijk koop als een pakje boter. Dat klopt. Ik liep rond bij de meest louche garage ooit, zag een leuke rode auto en kocht hem. Ik ben niet veeleisend. Hij moet starten, van A naar B rijden, 4 deuren hebben, verwarming, een beetje ruimte in de kofferbak (die ik vervolgens zelden gebruik en als ik er al iets in leg, ligt het daar ook meteen een half jaar lang) en het allerbelangrijkste: een radio. De Fiat Drama startte meestal, hij reed me meestal ook wel van A naar B, alleen bergop in slow motion, het motorlampje ging regelmatig branden en hij gaf soms gas zonder dat ik het gaspedaal indrukte, maar dat zijn kleinigheidjes. Ik heb er uiteindelijk niet lang plezier van gehad, want de barrel viel na 2 jaar bijna letterlijk uit elkaar.
Daarna kocht ik mijn huidige auto, mijn Picasso. Ik kocht ‘m net zo makkelijk als de vorige, iedereen om me heen vond het een lelijk ding en hij heeft al de nodige reparaties ondergaan, maar hij gaat toch al heel wat jaartjes mee, is een trouwe hulp geweest bij vele verhuizingen en ik ben erg aan ‘m gehecht. Tegenwoordig rijd ik ook regelmatig in de Fordjes van mijn vriend, die me dat wonderbaarlijk genoeg toevertrouwt.
Maar 3 auto’s voor de deur betekent ook 3 keer per jaar APK en als ik iets meer haat dan een auto kopen, is het wel APK. Ik heb na de malafide Drama-dealer en wat KwikFit-gekloot inmiddels wel een betrouwbare garage gevonden (dat hoop ik althans want als bumper bij paaltje komt, kunnen die mannen me alles wijs maken), maar ik zal er nooit vrolijk huppelend naar toe gaan.
Vorige week moesten we met de Fiesta naar de APK. Ik heb al buikpijn als ik de garage moet bellen dus er fysiek naar toe gaan, maakt me zo labiel als een puber op paddo’s. Het leek mee te vallen, er moesten wat dingetjes aan gebeuren, maar de dag erna konden we hem goedgekeurd en wel ophalen. Helaas liep het toch allemaal anders dan verwacht.
Al op de parkeerplaats van de garage had ik het idee dat hij minder goed remde dan voorheen. Ik dacht nog: hij is net goedgekeurd, het zit vast tussen mijn oren. Tijdens de eerste helft van de rit was het druk op de weg en sukkelde ik maar stapvoets vooruit. Maar toen ik even later de snelweg verliet, vond ik toch echt dat hij angstaanjagend slecht remde. Ik zat op een 80 km weg toen ik een geluid hoorde, zo’n onheilspellend geluid dat nooit aangenaam is, maar tijdens het autorijden precies het tegenovergestelde van aangenaam. Er ging een lampje branden en er begonnen dingen te rammelen, kraken en piepen. Van schrik gooide ik de auto aan de kant, maar omdat ik nogal onhandig in een bocht stond, hobbelde ik de laatste 2 kilometer met 20 km/u en de waarschuwingslichten aan naar huis, wild gebarend naar ongeduldige automobilisten dat ze me moesten inhalen. Met trillende handen en puddingbenen, badend in het zweet en met een hoofd dat op ontploffen stond, kwam ik thuis aan.
De dag erna belde ik als een volleerd Karen de garage. Volgens de monteur kon ik er gewoon rustig in rijden en dus brachten we ‘m gisteren weer terug naar de garage, op zondagochtend in alle vroegte via de toeristische route zonder snelwegen, mijn vriend met klamme handjes in de Fiesta, ik iets relaxter erachteraan in de Picasso. Maar ik kan niet zeggen dat dit een positieve bijdrage heeft geleverd aan mijn algehele auto-beleving.
