Ik ging naar de bioscoop met dochter 1, omdat mijn lief maar dingen blijft winnen waar hij zelf niks mee doet (ga daar vooral mee door!).
Het was alweer een hele tijd geleden, dus dan vergeet ik altijd een beetje hoe het er allemaal aan toe gaat. Dingen veranderen ook. Je koopt je kaartje niet gewoon ter plaatse (kan wel, maar ik ga graag met de tijd mee), maar van tevoren online. Dan kun je zelf stoelen kiezen, erg leuk. Dan moet je weer een app downloaden, want daar komen je kaartjes in. Ik had gelukkig pas 398 apps op mijn telefoon, netjes geordend in allemaal mapjes. Handig totdat je de app zoekt en geen flauw idee hebt in welk mapje je ‘m hebt gedropt en dan sta je bij de kassa te klooien en te stunten om die app te vinden die, als je ‘m eenmaal hebt gevonden, altijd eerst moet updaten, terwijl zich een rij achter je vormt, bestaande uit ongeduldige, geïrriteerde mensen en jij een zweetaanval krijgt van de stress.
Maar goed, we waren binnen en dan moet er eerst drinken en wat lekkers gekocht worden. Elke keer loop ik te zeuren over de belachelijke prijzen, maar elke keer weer koop ik het toch, want nou ja, het hoort er nou eenmaal bij. Elke keer neem ik me ook voor om eens wat anders te nemen, maar ik neem altijd hetzelfde. Nooit popcorn en toch ruikt het in de bioscoop altijd overal naar popcorn, die weeïge geur van gezoete propjes piepschuim. Ik neem altijd cola zero en een zak chips (er was even lichte paniek toen bleek dat ze geen Croky bolognese hadden, maar flexibel als ik ben, nam ik genoegen met Lays paprika). En zo’n lullig klein zakje chips is natuurlijk veel te klein, dus ik neem altijd de grote, wat eigenlijk veel teveel is, maar toch is hij meestal al leeg voordat de film begint.
Het meest uitdagende van de bioscoop vind ik de weg naar je stoel. Wij zaten op de achterste rij, dus we moesten een lange weg afleggen. Trappen zonder hindernissen zijn al een uitdaging voor me, maar in de bioscoop moet je een trap op met weinig licht, onlogische treden waarop je geen normale stappen kunt zetten, een handtas aan je schouder, een cola in de ene hand, chips in de andere, alvast in de verte de rij scannend om te kijken welke figuren er al zitten en dat allemaal zonder te struikelen, want je wil niet die ene persoon zijn die zo gênant de trap op valt. Het is alleen grappig als anderen struikelen. Niet dat ik wil dat ze een rib breken of met spoed naar de tandarts moeten, maar gewoon zo’n klein struikeltje waarbij dan wat popcorn door de lucht vliegt en je keihard de plaatsvervangende schaamte voelt en heel stiekem lacht.
Ik struikelde dit keer niet. En ik kwam met een volle beker cola bij onze stoelen aan. Op één van “onze” stoelen lagen spullen van de dames naast ons. Ik hoorde gewoon hun ogen rollen toen ze zuchtend hun spullen daar weg pakten. En terwijl ik ging zitten, legde ik mijn tas en de zak chips aan de andere kant op de lege stoel en ik wist dat ik net zo hard met mijn ogen zou rollen als daar iemand zou komen zitten. Er kwam niemand zitten. Hoera!
Wat ik ook vergeten was, is hoe hard het geluid in de bioscoop is. Het ene moment luister je naar Bruno Mars op een volume waarbij je nog gezellig kunt kletsen. Het volgende moment heb je een gehoorbeschadiging. Gaandeweg wen je er wel aan, maar dat kan ook zo lijken omdat je inmiddels gewoon een gehoorapparaat nodig hebt.
We zaten dus lekker te kletsen, maar dat werd ruw verstoord door een lading reclame, die me weer eraan herinnerde waarom ik nauwelijks nog tv kijk. Daarop volgden de voorfilmpjes. Bij 2/3 roep ik: “Oeh, die wil ik zien!” Diep van binnen weet ik dat ik die films pas ga zien als ze over 5 jaar op Netflix staan en zelfs dan waarschijnlijk niet.
Tussen de voorfilmpjes vallen altijd korte stiltes. Ze lijken niet kort. Ze duren net zo lang als die laatste minuut van de wasmachine. Een eeuwigheid dus. En in die stiltes durf ik dus niet op mijn chips te kauwen, omdat ik denk dat iedereen me hoort kraken. Niet alleen houd ik mijn kaken dan stil en sabbel ik een beetje ongemakkelijk op dat chipje in mijn mond, maar ik schiet in een volledige freeze. Ik beweeg niet en volgens mij houd ik zelfs mijn adem in tot aan het oorverdovende lawaai van het volgende filmpje.
Als dan eindelijk de hoofdfilm begint, nestel ik me in de stoel, kijk ik naar de film en probeer ik zo min mogelijk te praten en commentaar te leveren. Dat is echt heel erg moeilijk voor me en vergt een enorme bak discipline, maar als anderen door de film heen kletsen, wil ik ze ook graag met mijn handtas slaan, dus ik wil niet die irritante vrouw zijn die mensen willen slaan.
De pauze is ook altijd fascinerend. Die komt altijd als een verrassing, midden in een scène. Bijna de hele zaal staat dan op en gaat iets doen. Geen idee wat. Wij blijven altijd zitten. Ik hoef niks meer te drinken, want ik ben bang dat ik dan tijdens de film moet plassen. Ik hoef niks meer te eten, want ik ben nog misselijk van die XL zak chips. En ik ga zeker niet naar de wc, want ik ben bang dat ik dan in een rij moet staan, te laat terug ben, een stukje film mis en het ergste: in het donker weer die trap op moet en over voeten van anderen struikel terwijl ik mijn stoel probeer te bereiken. Ik heb echt respect voor de moed van mensen die een minuut voor het einde van de pauze nog even snel opstaan om wat dan ook te gaan doen. Zolang ze maar niet langs mij door moeten als de film weer is begonnen, want dan slaat mijn respect spontaan om in ergernis.
Dan komen we aan bij het einde van de film. Doordat wij ooit bijna een post-credits scene misten (we waren al bijna beneden aan de trap en waren uiteindelijk de enige die het filmpje zagen, staand op de trap en medelijden hebbend met iedereen die al weg was) hebben we sindsdien een post-credits-scene-fomo ontwikkeld. Hierdoor zijn we altijd zo’n beetje de laatsten die de zaal verlaten en schuifelen we altijd hoofdschuddend met de bijpassende afkeurende geluidjes langs de achtergebleven rommel van anderen richting de uitgang.
Maar om een lang verhaal nog wat langer te maken: het was een gezellige avond met de dochter.
We gingen naar The devil wears Prada 2, trouwens. Geen film waarbij je met de slappe lach van je stoel rolt, maar wel amusant.
