Nu het WK aan de gang is, borrelt mijn liefde voor voetbal weer naar boven als een strandbal in een bubbelbad. Voetbal is eigenlijk de enige sport waar ik vrijwillig naar kijk. Er was een tijd dat ik fanatieker was, dat ik bijvoorbeeld midden in de nacht op de meest onredelijke tijdstippen naar weds…. (terwijl ik dit schrijf, scoort Virgil van Dijk!) Maar ik zei dus, dat ik op de meest onredelijke tijdstippen naar wedstrijden keek. Aangezien ik een dag ouder word en dus niet meer zo fris en fruitig ben na een paar uurtjes slaap, heb ik die tijd wel gehad. Ik kijk alleen nog wedstrijden waar ik geen wekker voor hoef te zetten.
Er was ook een tijd dat ik een seizoenskaart had voor een niet nader te noemen Limburgse club, die helaas al een hele tijd niet meer in de eredivisie voetbalt. 15 jaar lang was het een soort zelfkastijding, waarbij ik het mezelf om de week aan deed om me kapot te ergeren terwijl mijn voeten langzaam van mijn lijf vroren en iemand met een megafoon tegen me schreeuwde dat óók ik moest meezingen en springen. En dan ging ik ook nog regelmatig mee naar uitwedstrijden waar je dan met veel te luidruchtige mensen veel te lang in een bus moest zitten. Had je clubje gewonnen dan was de terugreis een feestje, maar in veel gevallen was de rit naar huis gewoon een hele lange walk of shame op wielen.
Dan was er nog 12,5 jaar lang vrijwilligerswerk voor een lokale amateurclub, waar ik zowel achter de bar in de kantine en langs de lijn stond als in het bestuur en jeugdbestuur zat. Dus ja, ik weet wat buitenspel is. Zo’n dorpsclub is een soort mini samenleving. Naast sport is het ook gewoon een soapserie/realityshow met vechtpartijen, opbloeiende liefdes, feestjes en veel drama. Ik heb er een prachtige tijd gehad, maar er ging zoveel tijd in zitten dat ik voor mijn gevoel in de kantine woonde. Toen ik had besloten dat ik mijn leven buiten de kantine terug wilde en eenmaal de knoop had doorgehakt om cold turkey te stoppen, had ik ineens zeeën van tijd. En ik kon ineens gewoon voetbal kijken zonder ervoor verantwoordlijk gehouden te worden dat Jantje en Pietje niet in hetzelfde team zaten, dat het water in de douches niet warm genoeg was, dat de ranja niet op tijd klaar stond of dat 1 oranje sok van Marietje kwijt was. Ik heb het dan ook geen seconde gemist.
Of ik zelf ook een voetbalcarrière heb gehad? Jazeker! Geen carrière om over naar huis te schrijven, maar dat doet er niet toe. Voornamelijk in mijn basisschooltijd voetbalde ik graag. Ik woonde in een buurt met hele kuddes leeftijdsgenootjes en in onze vrije tijd ontmoetten we elkaar op het speelveld om de hoek. Meestal deden we jongens tegen de meisjes. In de praktijk bestond het jongensteam uit mijn vader en mijn broertje en het meisjesteam uit een stuk of 8 vriendinnetjes. Klinkt oneerlijk, maar dat viel nogal mee. De meeste meisjes renden als kippen zonder kop over het veld, liepen elkaar vooral in de weg en we wonnen zelden.
Maar het hoogtepunt van mijn voetbalcarrière was toch wel schoolvoetbal. Bijna al onze gymlessen in tijden van mooi weer speelden zich buiten af en we mochten dan kiezen voor voetbal of honkbal. Gelukkig kozen we meestal voetbal. En zo kwam het dat we ook met een meisjesteam deelnamen aan de schoolvoetbal kampioenschappen. Eerdere teams van mijn school hadden het ook nog best goed gedaan. Mijn team schopte het niet heel ver. Nou kan ik de schuld afschuiven op allerlei factoren, zoals blessures, hooikoorts, omgekochte scheidsrechters, goedkope voetbalschoenen of een niet scorende spits. Maar ik ben zo eerlijk om ook mijn aandeel in de nederlagen te erkennen. Het probleem was namelijk dat ik in de verdediging stond en mijn beste vriendin was keepster. En zo kwam het regelmatig voor dat wij gezellig stonden te kletsen tijdens de wedstrijd, zodat de tegenstander zonder enige weerstand de bal in het doel kon schieten. Ik kan dus concluderen dat het zoals altijd de schuld was van de trainer, want die was verantwoordelijk voor deze waardeloze opstelling.
(En terwijl ik dit schrijf, maakt Nederland er ook weer een potje van. Kun je je voorstellen hoe dramatisch het zou zijn geweest als de beste vriend van Verbruggen in onze verdediging had gestaan…)
