Ik was in Haren had nooit gedacht dat hij het nog eens zou meemaken: volwassen mannen, vooral aan de rechterkant van het morele spectrum, die in totale paniek raken van een wc‑deur. Niet van inflatie. Niet van zorg. Niet van iets dat daadwerkelijk invloed heeft op hun leven. Nee. Van een deur. Een pictogram. Een stickertje dat blijkbaar hun hele identiteit bedreigt.
Genderneutrale toiletten.
In Noorwegen lachen ze zich kapot. Daar hebben ze het al jaren. Niemand valt flauw. Niemand roept “cultuurmarxisme”. Niemand staat bij de wastafel te hyperventileren omdat hij per ongeluk in een ruimte stond waar ook vrouwen komen. Ze gaan naar binnen, doen wat ze moeten doen, en verdwijnen weer. Zoals normale mensen.
Maar hier? Hier is het een frontlinie.
Mannen die zonder problemen in een rij urinoirs staan, schouder aan schouder, trekken ineens een principiële grens zodra er een deur zonder jurkje‑of‑broekje‑sticker verschijnt. Dan wordt het spannend. Dan komen de doemscenario’s. Dan komt de angst.
“Ja maar wat als…”
Altijd dat “wat als”. Altijd dat denkbeeldige gevaar. Altijd die fantasie dat er in dat hokje iets gebeurt dat niet mag bestaan. Het lijkt vooral een fetisj te zijn, die ze niet durven uitspreken.
Terwijl de realiteit pijnlijk simpel is: je zit daar alleen. Met je broek omlaag. wellicht met je telefoon in je hand. Doende wat iedereen doet. Stront is stront. Zowel mannelijk als vrouwelijk. Dat stemt niet. Die heeft geen ideologie. Dat wil gewoon rustig of iets sneller naar beneden.
En dan is er nog iets waar niemand het over wil hebben: het is goedkoper. Minder muren. Minder leidingen. Minder verspilde ruimte. Maar blijkbaar is efficiëntie alleen een argument als het niet over wc‑deuren gaat.
Ik was in Haren snapt het wel. Verandering is lastig. Verandering is eng. Dat past niet in het conservatieve wereldbeeld. Zeker als het gaat over dingen waar je liever niet te lang over nadenkt. Maar misschien is het goed om te beseffen dat het probleem hier niet het toilet is.
Het probleem is dat sommige mensen pas ergens principes krijgen als er een bordje verandert.
En dat allemaal voor een plek waar iedereen hetzelfde zit te doen.
