Jagen en vissen, nooit gedaan voor ik naar Noorwegen kwam. In Nederland wordt beiden ‘fout’ bevonden en misschien terecht. Ik heb daar niet echt een mening over, die laat ik aan u over. In Noorwegen liggen de zaken een beetje anders. Jagen en vissen is hier gemeengoed en volledig geaccepteerd door de bevolking. In ieder dorp of stad is een wapenwinkel annex hengelsportwinkel te vinden. Een ieder, ook een auslander als ik, krijgt toestemming om een vuurwapen te kopen wanneer men aan bepaalde voorwaarden voldoet. Eén van de voorwaarden is bijvoorbeeld dat men een jaarlijkse schietvaardigheidsproef moet doen. Deze start altijd voor het jachtseizoen in de herfst.
Na het invullen van wat papieren bij de politie mag je officieel een vuurwapen kopen bij een erkende winkel en het mee naar huis nemen. Om het wapen te hebben moet je thuis wel aan wat voorwaarden voldoen zoals bijvoorbeeld het hebben van een vuurwapenkast. Niet iedere Noor heeft een wapen maar veel Noren hebben wel veel wapens thuis. Ze zijn lid van een schietvereniging of ze jagen jaarlijks in de bossen, of beiden. Op het eiland waar ik woonde leerde ik een man kennen die wilde schapen bezat op een eiland en er af en toe één schoot. Hij drukte me een geweer in mijn handen en zette een leeg pak ‘appelsinjuice’ ongeveer twintig meter verder. ‘Eens kijken of jij kan schieten’, zei hij. Ik richtte en schoot door het pak. Hij juichte…’JAAAAH raak!’. ‘Nee, mis’, zei ik. Hij pakte het pak en liep naar me toe. ‘Nee hoor, je hebt keurig door de letter ‘E’ geschoten’. ‘Ik richtte op de letter ‘A’, zei ik’.
Ook in militaire dienst mocht ik een paar keer schieten. Ik kan me de keer herinneren dat ik, en velen met mij, op een schietbaan lag met een geweer wat nog in de 2e wereldoorlog gebruikt was (Garant M1). Het is maar goed dat de Russen die dagen niet binnenvielen. De ‘baas van de dag’ was een vrouwelijke sergeant die gadesloeg of wij netjes en veilig het potentieel dodelijke werk konden doen. Tijdens het schieten kijk ik over mijn geweer heen langs de ‘korrel’ en tot mijn stomme verbazing loopt er van rechts naar links een echte en heus nog levende fazant voor de schietschijven langs en iedereen bleef gewoon doorschieten, langs het dier heen. Het beestje is diverse keren voor mijn loop doorgelopen maar ik had, met de priemende ogen van mevrouw de sergeant in mijn nek, niet het lef om de fazant gereed voor diner te maken en alle andere gasten links en rechts van mij blijkbaar ook niet. Iedereen wilde op vrijdag graag naar huis en niet het weekend doorbrengen achter de wacht in een cel. De fazant heeft het dus overleefd. De sergeant zal misschien gedacht hebben, wat een slappe kerels, kunnen geeneens een dikke fazant raken op 50 meter. Die maken geen kans tegen de Russen. En gelijk had ze.
Ik ben in Noorwegen wel eens mee geweest op jacht maar ik heb zelf geen vuurwapen en dus ook nooit op herten en dergelijken geschoten. Het is niet mijn ding. Ik ben te week om tussen die mooie bruine hertenogen te schieten als ik ook laf naar de supermarkt kan. Voor een fazant maak ik de volgende keer graag een uitzondering zodra er geen vrouwelijke sergeant meekijkt.
