De mensen die mij kennen, weten dat ik als filiaalmanager in een schoenenzaak werk. Ik ben een soort Al Bundy op kleurrijke sneakers, met meer haar, en stuk vrolijker en iets beter in staat om met mensen om te gaan.
Behalve heel veel schoenenspam en het promoten van leuke acties, deel ik niet veel inhoudelijks over mijn werk, omdat ooit één of andere nitwit het nodig vond om een uit het verband gerukte social media post naar mijn werkgever te sturen. Maar afgelopen week was er een moeder met haar minidochtertje in de winkel. Het meisje was nog heel jong en heel klein, maar begon al met lopen, dus ze moest schoentjes hebben. Helaas was ze zo klein (en ja, hele kleine meisjes hebben doorgaans ook hele kleine voetjes) dat ik haar niet aan schoentjes kon helpen. Ik heb haar nog vermanend toegesproken dat ze best een beetje kalm aan kan doen, omdat ze nog genoeg moet lopen in haar leven, maar ze keek me aan alsof ze wilde zeggen: waar bemoei je je mee? En gelijk had ze.
Dit deed me denken aan één van de vele verhalen, die mijn ouders me hebben verteld over mij als kind. Blijkbaar was ik als baby al ongeduldig, onderzoekend en nieuwsgierig. Dat begon eigenlijk al voor mijn geboorte. Ik wilde zo nodig 2 weken te vroeg komen, maar toen het zover was en ik zag dat het sneeuwde (in april, wat natuurlijk belachelijk is!) krabbelde ik terug en maakte ik het mijn moeder nog even knap lastig. Uiteindelijk moest ik er toch uit en toen ik er eenmaal was, maakte ik graag een beetje vaart met alles. Ik ging vroeg zitten, ik ging vroeg staan, het ging allemaal niet snel genoeg en ik wilde overal bij zijn. Ik denk dat ik FOMO heb uitgevonden. Kruipen vond ik een enorme tijdsverspilling, dus ik besloot met 9 maanden dat het tijd was om te lopen.
Helaas was ik ook heel klein voor mijn leeftijd. En dus waren er geen schoentjes te krijgen in mijn maat. Omdat januari niet per se een seizoen is om op blote voeten of sokken buiten te lopen, moesten mijn ouders toch iets. En dus liep ik maandenlang op veel te grote schoenen, aan de voorkant opgevuld met watten. Dat remde mij verder niet af en hield me zeker niet tegen. En dus stapte ik rond als Klein Duimpje in zevenmijlslaarzen, die achterna werd gezeten door de reus.
Mijn voeten zijn inmiddels vrij gemiddeld van formaat en mijn schoenen dus ook. Maar mijn ongeduld is nog steeds heel groot, net zo groot als mijn schoenencollectie.
