IWIH staat op maandagochtend altijd met heel veel frisse tegenzin op, alsof het weekend slechts een kort reclameblok was tussen twee steeds maar weer dezelfde afleveringen van Sophie & Jeroen. En wat een voorrecht, fluistert het universum, om weer een volle week lang exact hetzelfde gezeur te mogen verwerken. Dezelfde collega’s die dezelfde verhalen vertellen, in precies dezelfde volgorde, alsof ze bang zijn dat iemand per ongeluk wél iets nieuws heeft meegemaakt.
Het ritueel begint steevast bij het koffiezetapparaat, waar IWIH opnieuw ontdekt dat niemand anders koffie zet. Een ritueel dat inmiddels zo diep in de bedrijfscultuur zit ingebakken dat het waarschijnlijk in de onboarding staat: “Welkom, hier zetten we geen koffie. Dat doet iemand anders. Theoretisch.”
Dan zijn er de parttimers. Die mythische wezens die slechts op onvoorspelbare tijdstippen komen opdagen, waardoor vergaderingen plannen voelt als het leggen van een puzzel waarvan de helft van de stukjes door de katten vakkundig onder de kast bij Suuz zijn gemept. IWIH probeert het elke week opnieuw, met dezelfde moedeloosheid als een vrouw die haar man voor de tiende keer deze week aan z’n kop zeurt om minder te zuipen.
En toch, ergens in die sleur, zit een vreemd soort troost. Want als alles hetzelfde blijft, weet IWIH tenminste waar hij aan toe is. Geen verrassingen, geen plotwendingen, geen collega die ineens wél initiatief toont bij het koffiezetapparaat. Het geeft structuur. Dodelijk vermoeiende structuur, maar toch.
Maandag is geen nieuwe start. Maandag is een herhaling. En IWIH mag er weer bij zijn. Wat een voorrecht.
