IWIH weet inmiddels dat de printer op kantoor geen apparaat is, maar een vijand. Een psychologische hindernisbaan met een stekker. Dat ding weigert namelijk nooit wanneer jij rustig de tijd hebt. Nee. Hij wacht. Hij voelt aan wanneer jij haast hebt, moe bent of al drie deadlines hebt gemist.
Dan begint het.
Je drukt op “printen”, het apparaat bromt even alsof hij diep teleurgesteld is in jouw bestaan, en vervolgens verschijnt er een melding als:
Papierstoring in lade 2.
Er is geen lade 2.
En dan sta je daar ineens. Half gebukt. Eén hand op een warme klep. Een vel papier dat ergens vastzit op een plek waar evolutionair gezien nooit een menselijke arm had moeten komen.
Vanaf dat moment heb je grofweg vijf opties.
De eerste optie is de klassieker: lafheid. Je kijkt snel om je heen of iemand heeft gezien dat jij dit veroorzaakt hebt. Niemand? Mooi. Dan loop je weg. Rustig. Geen paniek. Gewoon doen alsof die printer al stuk was toen jij aankwam. Het apparaat wordt nu het probleem van de volgende collega. Waarschijnlijk Liesbeth van administratie. Die verdient toch al te weinig om gelukkig te zijn.
Optie twee is IT bellen en onmiddellijk agressief worden tegen iemand die hier zelf ook niets aan kan doen. Dan krijg je Kevin aan de lijn. Kevin is 24, leeft op energiedrank en haat printers inmiddels met een intensiteit waar normaal gesproken alleen getraumatiseerde oorlogsveteranen over beschikken.
“Heb je hem al opnieuw opgestart?” vraagt Kevin.
Natuurlijk heb je dat niet gedaan. Maar jij liegt. Kevin liegt terug door te zeggen dat hij “ernaar gaat kijken”. Iedereen kent zijn rol in dit toneelstuk.
Dan heb je optie drie: emotioneel instorten. Dat moment waarop je beseft dat het allang niet meer over de printer gaat. De printer is alleen de druppel. Ineens sta je daar met vochtige ogen naar een foutmelding te kijken terwijl je denkt aan je hypotheek, je rugklachten, je gestrande huwelijk en het feit dat je ooit dromen had.
De printer piept nog een keer.
Dat komt harder binnen dan het zou moeten.
Optie vier is misschien nog wel de gezondste reactie: gewoon naar huis gaan. Computer uit. Jas aan. Niemand aankijken. Alleen nog een Teams-bericht sturen:
“Printer doet raar. Werk thuis verder.”
Iedereen weet wat dat betekent:
“Als ik nog één mechanisch piepje hoor, komt er een busje van SBS6-nieuws voor het pand te staan.”
Maar de gevaarlijkste optie blijft natuurlijk de man die denkt dat hij technisch inzicht heeft. Je kent hem wel. Zo’n collega die met behulp van YouTube ooit een Ikea-kast in elkaar heeft gezet en zichzelf nu ziet als hoofdingenieur van Xerox Europa.
Die trekt de printer open alsof hij een autobom ontmantelt. Kleppen los. Papier eruit rukken. Op knopjes drukken die absoluut nooit aangeraakt hadden mogen worden.
En vijf minuten later heeft de printer ineens drie extra storingen die daarvoor helemaal niet bestonden.
“Tonerfout.”
“Systeemstoring.”
“Kritieke hardwarefout.”
Gefeliciteerd. De printer rookt nu.
Maar misschien is dat uiteindelijk ook gewoon de functie van kantoorprinters: mensen eraan herinneren hoe flinterdun beschaving eigenlijk is. Want achter iedere nette werknemer schuilt iemand die nog maar één papierstoring verwijderd is van een geweldsincident met een perforator.
