Ik was in Haren ziet het steeds vaker: de moderne mens die zichzelf vrijwillig opsluit in een sportschool, alsof hij een hamster is die eindelijk toegang heeft gekregen tot een professioneel loopwiel. De mens heeft zijn leven zo comfortabel gemaakt dat hij nu kunstmatig obstakels moet creëren om nog enigszins het gevoel te hebben dat hij leeft. Het is evolutionaire comedy, maar dan met airco, slechte harde trancemuziek en een te klein handdoekje.
IWIH ziet rijen mensen op loopbanden. Ze rennen zonder doel, zonder richting, zonder noodzaak, zonder verstand. Ze rennen alsof ze op de vlucht zijn voor hun eigen domheid, maar blijven keurig op dezelfde plek. De loopband is de perfecte metafoor voor de moderne mens: druk bezig, maar geen idee waarmee. Ze zweten, trekken moeilijke bekken, kijken op hun smartwatch alsof die een hogere macht vertegenwoordigt. En ondertussen komen ze geen millimeter vooruit.
Dan zijn er de gewichten. Massa optillen dat nergens heen hoeft. Een beter voorbeeld van nutteloosheid bestaat er in de natuurkunde niet. Een oefening die in elke andere context als zinloos zou worden bestempeld, maar hier heet het “progressie”. De mens tilt alsof hij een dorp moet redden, terwijl hij in werkelijkheid alleen maar probeert te compenseren voor het feit dat hij de rest van de dag geen reet doet. Hij tilt, hij hijgt, hij kijkt in een van de talloze spiegels om te controleren of hij al een beter mens is geworden. Dat is hij niet.
De hometrainer is misschien nog wel het meest beschamend. Een fiets die weigert te bewegen. Een fiets die zegt: “Nee hoor, jij blijft hier. Jij gaat nergens heen.” En toch trapt de mens door, alsof hij een berg beklimt, terwijl hij in werkelijkheid naar een muur kijkt waarop ongeloofwaardige motiverende quotes hangen. Hij trapt, hij zweet, hij gelooft dat hij iets overwint. Maar het enige wat hij overwint, of verdringt, is z’n eigen terechte schaamtegevoel.
En dan het roeiapparaat. De fitboy roeit zonder water. Zonder boot. Zonder richting. Hij trekt aan een ketting alsof hij een middeleeuwse dwangarbeider is, maar dan met bluetooth‑oortjes in. Hij roeit nergens heen, maar hij roeit wel. Want dat moet. Want anders “kom je niet aan je beweging”.
Ik was in Haren vraagt zich af wanneer het precies misging. Wanneer de mens besloot dat gemak het hoogste goed was, om vervolgens te ontdekken dat gemak hem langzaam verandert in een decoratieve chihuahua die af en toe moet worden uitgelaten. De mens heeft zichzelf zo efficiënt gemaakt dat hij nu 39,95 per maand betaalt om te doen wat vroeger vanzelf ging.
En misschien is dat wel het meest pijnlijke: niet dat de mens dom is geworden, maar dat hij het niet eens doorheeft. Hij denkt dat hij gezond bezig is. Hij denkt dat hij vooruitgang boekt. Maar hij is gewoon een hamster op een high‑tech loopwiel, trots op het feit dat hij beweegt, zonder te merken dat hij nergens komt.
