Mijn vriend ging vanochtend hardlopen. Doet hij vaak. Te vaak, vind ik soms. Het is bijna een obsessie. Ik verklaar hem meestal voor gek. Ik doe niet aan hardlopen. Ik ben beslist geen slome slenteraar, ik loop wel altijd snel, maar hardlopen… nee! Ik ren alleen als ik door iemand of iets levensgevaarlijks achterna word gezeten (bijvoorbeeld een seriemoordenaar, een luipaard of een libelle ofzo) of in een zeldzaam geval als ik een bus of trein moet halen. Toch was er ooit een periode in mijn leven waarin ik dacht dat hardlopen een goed idee was.
Mijn beste vriend is hardloper en hij ging me wel even helpen. Ik moest het natuurlijk langzaam opbouwen, dus de eerste paar keer moest hij me bijna letterlijk op sleeptouw nemen. De allereerste keer dacht ik al dat ik ging sterven toen ik net de straat uit was gerend. Ik liep heel krampachtig alleen door mijn neus te ademen (want dat heb ik als kind moeten aanleren omdat ik altijd door mijn mond ademde en dat was blijkbaar niet goed), maar in hooikoorts-periodes zit mijn neus altijd half dicht, dus ik kreeg te weinig zuurstof binnen. Gevolg: zuurstoftekort, hyperventileren en een halve paniekaanval. Kortom, het opbouwen duurde een tijdje.
Maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit, ik kreeg de smaak te pakken. In het begin rende ik nog samen met mijn beste vriend. Hij gebruikte mijn rondje als warming-up en rende daarna een uur lang zijn eigen ronde. Later ging ik in mijn eentje. Sterker nog, ik was zo enthousiast (geen idee waarom) dat ik zelfs mijn dochters aanstak en zij ook mee wilden. En dus gingen we met z’n drieën naar de Decathlon, op een missie, op zoek naar betaalbare hardloopkleding -schoenen en -accessoires. Uiteraard werden deze zorgvuldig geselecteerd op laagste prijs en kleur i.p.v. kwaliteit en functionaliteit, want het oog wil ook wat.
En zo kwam het dat we een paar keer per week met z’n drietjes in kleurrijke hardloopoutfitjes met bijpassende schoenen en telefoonhouder door onze wijk in Geleen galoppeerden terwijl we deden alsof we dit echt heel leuk vonden. Soms renden we als cooling-down zelfs nog de trappen op naar de 12e verdieping van de flat, waar we toen woonden. Dan moesten we elkaar daarna wel reanimeren, maar we deden het toch maar even. En dan deden we daarna nog wat hippe proteïne shakes om de ervaring compleet te maken.
Toen kwam het onvermijdelijke moment dat de dochters steeds minder enthousiast werden en steeds minder vaak mee gingen. Dus ging ik alleen, muziekje op mijn oren en ik probeerde mezelf ervan te blijven overtuigen dat het heerlijk was, dat ik er energie van kreeg en dat ik mijn hoofd er lekker mee leeg kon maken.
Helaas werd mijn lijf er vooral gammel van. Vooral mijn knieën vonden deze hardloop-bevlieging echt het slechtste idee ooit. 5 km hielden ze het steeds vol en dan begonnen ze te zeuren en te zaniken waarom ik ze dit in hemelsnaam aandeed. 1 keer kwam ik tot 8 km, maar toen liep ik daarna wel 2 weken kreupel. En dus eindigde mijn hardloop-avontuur na ongeveer een jaar. En nu ben ik weer terug op dat punt dat ik dus nooit ren (behalve misschien op Pinkpop als ik op het feestplein zit met mijn lauwe tosti en moet vluchten voor een onverwachte hagelbui). Ik ren zelfs niet in de sportschool op de loopband. Die gebruik ik alleen om te wandelen als cooling-down en voor de rest vermijd ik dat ding net zo hard als de fiets. Want ja, fietsen is ook niet mijn ding, maar dat is weer een ander verhaal.
