Weer niks.
Geen ton, geen auto,
zelfs de vijf euro prijs
is aan mijn neus voorbijgegaan.
Ik zit met het bedrag
dat ik nooit ga krijgen
en denk: wat zou ik doen.
Een importbruid misschien,
die voor mij naar de Jumbo gaat,
netjes het lijstje afwerkt,
nooit klaagt over de rij bij de kassa.
Maar dan.
Continu iemand, telkens
in mijn huis.
Drukdoend door de gang,
kijkend hoe ik op de bank hang.
Alleen om zelf
één keer per week
niet naar buiten te hoeven.
Ik schenk mezelf een borrel in
en bedenk:
dat lot had ik toch nooit gewonnen.
