Er was een tijd dat een lunch tijdens een vergadering simpelweg betekende dat iemand een schaal neerzette met broodjes kroket. Ik was in Haren pakte er één, verbrandde gruwelijk zijn gehemelte, knikte alsof hij iets zinnigs te zeggen had, en ging weer verder met zijn leven. Hooguit stond er een pot mosterd naast, voor de mensen die graag leefden alsof ze geen toekomstplannen hadden. Maar ergens, zonder dat iemand het echt doorhad, is de kantoorwereld ontspoord in een culinaire identiteitscrisis waar geen weg meer terug uit lijkt.
Tegenwoordig begint elke vergadering met een rondvraag die meer wegheeft van een intakegesprek bij een diëtist. “Zijn er nog dieetwensen?” vraagt de voorzitter, alsof hij een chirurg is die wil weten welke organen eruit kunnen. En dan begint het. De ene collega eet geen gluten, de ander geen lactose, de derde geen dingen die op dinsdag zijn bereid, en de vierde volgt een dieet dat gebaseerd is op de eetgewoonten van Scandinavische monniken uit de twaalfde eeuw. IWIH heeft serieus iemand horen zeggen dat hij alleen broodjes eet die “met respect voor het graan” zijn gemaakt.
De bestellijst is inmiddels een document van twaalf pagina’s. Er kan gekozen worden uit: gewone broodjes, glutenvrije broodjes, glutenvrije broodjes die niet te droog zijn, lactosevrije broodjes, halal broodjes, koosjere broodjes, vegetarische broodjes, veganistische broodjes, veganistische broodjes zonder sesam, speltbroodjes, oerbroodjes, oerbroodjes met kiemen, oerbroodjes zonder kiemen vanwege “kiemstress”, broodjes die alleen in de schaduw zijn gerezen, broodjes die door een lokale bakker zijn ingefluisterd, broodjes die niet in aanraking zijn geweest met metaal, en, de persoonlijke favoriet van IWIH, het luchtbroodje: twee sneetjes die elkaar nooit hebben aangeraakt.
En dan is er nog de collega die “intermittent fasting doet” en daarom een leeg servet bestelt. Maar wel een biologisch afbreekbaar servet, want anders is het niet duurzaam. Ondertussen staat er in de hoek een medewerker van de catering met een checklist die langer is dan z’n cao, en die IWIH aankijkt alsof hij een misdaad begaat wanneer hij per ongeluk een vegetarisch broodje pakt terwijl hij op de lijst staat als “flexitarisch met voorkeur voor witbrood op even dagen”.
Het toppunt kwam toen ‘iemand’ vroeg of er ook emotioneel neutrale broodjes waren. Broodjes zonder geschiedenis, zonder verhaal, zonder morele lading. Broodjes die niet schreeuwen om aandacht. Broodjes die gewoon broodjes zijn. De zaal viel stil. Niemand wist of dit een grap was of een nieuwe trend die vanaf nu gerespecteerd moest worden.
En terwijl Ik was in Haren daar zit, met zijn broodje dat volgens de verpakking “met compassie is gekneed”, vraagt hij zich af of de samenleving misschien een fractie te ver is doorgeschoten. Is dit de toekomst? Een wereld waarin meer tijd wordt besteed aan het categoriseren van broodjes dan aan het oplossen van problemen? Waarin een lunchvergadering verandert in een complexe logistieke operatie?
Misschien is het tijd om terug te keren naar de basis. Een schaal broodjes kroket. Een pot mosterd. En een collectieve afspraak dat niemand zijn identiteit langer ontleent aan wat hij wel of niet tussen twee sneetjes brood durft te leggen.
