Ik was in Haren had zich voorgenomen om deze zomer niet weer in dezelfde discussie te belanden. Gewoon smeren, verbranden, klagen en doorgaan. Zoals normale mensen dat doen. Maar toen kwam het internet weer met een klassieker: zonnebrandcrème veroorzaakt kanker.
Niet een nieuwe theorie. Geen frisse invalshoek. Gewoon dezelfde oude paniek, opnieuw opgewarmd in de magnetron alsof het een gerecht is waar iemand ooit enthousiast van werd.
En het werkt. Natuurlijk werkt het.
Er hoeft maar één filmpje voorbij te komen van iemand die eruitziet alsof hij zijn medische kennis tussen de diepvriespizza’s bij elkaar heeft gesprokkeld, en je denkt toch even: wat als? Niet lang. Een paar seconden. Maar lang genoeg om te blijven hangen. Dat is alles wat nodig is.
Daarna komt de rest vanzelf. Grafieken zonder bron. Iemand die “onderzoek heeft gedaan”. Een influencer die het woord “toxisch” gebruikt alsof het een diagnose is. En ergens halverwege het verhaal verschijnt altijd iemand die “iemand kent” bij wie het fout is gegaan.
Ik was in Haren merkt dat hij het patroon inmiddels herkent. Niet omdat hij er immuun voor is, maar omdat het altijd precies hetzelfde verloopt. Eerst twijfel. Dan irritatie. Dan die lichte schaamte dat je überhaupt hebt zitten luisteren.
En ondertussen doet de zon gewoon wat de zon altijd doet: langzaam en zonder overleg schade aanrichten. Geen complot, geen geheime agenda. Gewoon natuurkunde. Dat is blijkbaar minder overtuigend.
Het mooie is dat niemand ooit zegt: “Misschien heb ik het mis.” Dat past niet in het format. Twijfel is alleen toegestaan aan de verkeerde kant. Wetenschap moet zich verdedigen. De rest mag gewoon iets roepen en kijken wat blijft hangen.
Ik was in Haren smeert zich ondertussen gewoon in. Niet uit overtuiging, maar uit vermoeidheid. Omdat het alternatief is dat je elke zomer opnieuw moet doen alsof dit een discussie is.
En eerlijk is eerlijk: de zon is al vervelend genoeg.
En dat lukt prima zonder onze hulp.
